‘De hardste band ter wereld.’ Sinds de Swans (al heel lang) ter ziele zijn en sinds Lemmy dood is doet A Place To Bury Strangers aanspraak op dat predicaat. Nou, en dat is niet ten onrechte. Het enorme volume dat dit trio weet voort te brengen is uitgegroeid tot hun handelsmerk. Verder is – nu de band al zo’n 20 jaar bestaat- wel duidelijk dat APTBS het privé-vehikel is van Oliver Ackermann. Zoals Lemmy Motorhead wàs en zoals Harry Mulisch de Tweede Wereldoorlog wàs zo ìs Oliver Ackerman APTBS. Zijn visie staat centraal, de dienstdoende bassist en drummer moeten zich te allen tijde voegen naar de ideeën en nukken van deze New Yorkse zanger/gitarist.

Behalve het volume is er meer dat APTBS typeert. Zo valt in De Helling eens temeer op dat de nuances die hun platen kenmerken op het podium moeten plaatsmaken voor een veel eenvormiger geluid. In zekere zin lijkt ieder nummer op elkaar: een zwaar vervormd gitaargeluid, een zwaar vervormd basgeluid, simpele en aardse, in galm badende zangpartijen, onverstaanbare teksten en een drumstijl die het beste omschreven kan worden als ‘immer gerade aus.’ Accentverschilletjes zijn er wel, maar komen voornamelijk uit de effectapparatuur getoverd. Maar laten we ons nou niet vergissen, deze aanpak is juist de bedoeling van APTBS. Het publiek overrompelen en in een staat van trance laten raken, dàt is hun missie.
Om dat te bereiken wordt geen middel geschuwd. Sporadische lichtflitsen, strobo’s, witte rook, schokkerig bewegend beeld op de achtergrond, van binnenuit verlichte discobollen, scherpe schaduwen en silhouetten die zich aftekenen: alles staat in dienst van dit hogere doel. De meeste lichtbronnen zijn ook nog eens strategisch op de podiumvloer geplaatst, alles schijnt omhoog. De illusie van het hellevuur wordt zo knap versterkt. Hiermee vergeleken is pakweg het rechterpaneel van Het Laatste Oordeel van Hieronymus Bosch slechts kinderspel.

Al met al doen kwalificaties als ‘goed’ of ‘slecht’ bij APTBS totaal niet ter zake. Het gaat erom dat je deel uitmaakt van een belevenis, en die belevenis moet je ondergáán, zowel mentaal als fysiek. In die zin heeft APTBS-live de trekken van een heftige attractie. Sterker nog, als de Efteling niet zo’n zoetsappige bende was dan had APTBS daar in het geheel niet misstaan. Acht shows per dag, ik zie het zo voor me. Eerst met zijn allen schommelschip De Halve Maen in, en daarna meteen door naar A Place To Bury Strangers in het enge buitenbos. Een mooiere manier om onnozele kindertjes de beginselen van de heavy psych bij te brengen is nauwelijks denkbaar.
Ook typisch aan APTBS is dat ze maximaal DIY te werk gaan. En dat gaat dan niet enkel over een eigen platenlabel, neen ze knutselen ook hun eigen apparatuur en instrumentarium in elkaar! Voorafgaand aan hun optreden is er ook geen roadie te zien, ze zetten gewoon zelf alles op hun plek. Petje af hoor.
De bassist en de drumster zijn in 2021 toegetreden. Beiden speelden voorheen in de band Ceremony en zijn ook nog eens getrouwd met elkaar. John en Sandra Fedowitz heten ze. Sandra zit voortdurend vrolijk lachend achter haar verbluffend simpele drumstelletje en doet met haar katachtige spel sterk aan Kat van The Ex denken. John doet wat van hem verwacht wordt binnen het art-project dat ABTBS in zekere zin ook is. Gewoon zwoegend bassen alsof het een fabrieksbaan is, en ook nog wat zingen erbij. Hij en Oliver hebben een verleden met elkaar. Ooit zaten ze al eens samen in een bandje toen ze allebei nog in Fredericksburg, Virginia woonden.
‘De vierde wand’ is een term die in de theaterwereld vaak gebezigd wordt. Het gaat dan niet om de achterwand of zijwanden van een podium, maar om die onzichtbare, vierde wand: de wand die het publiek van de artiest scheidt. Die vierde wand afbreken, dat is al eeuwenlang het streven van vooruitstrevend artistiek volk. APTBS is daar duidelijk ook mee bezig. Halverwege het optreden volgt er (zoals gebruikelijk) een muzikaal intermezzo middenin de zaal. ‘Drum & Bass Electro Tribal Dance Ritual’ heet dit werk, met het het volk er in een devote kring omheen geschaard. Als even later Heer Olivier (die met zijn druipsnor steeds meer op Ron Jeremy in zijn jonge jaren begint te lijken) terug op het podium gesprongen is scheert hij zijn gitaar vervaarlijk boven de hoofden van het publiek zodat ook zij dat ding ook even kunnen aantikken.


Zoals te verwachten valt bij dit soort heavy-psych concerten is het laatste nummer een totale freak-out, die zeker 10 minuten aanhoudt. Als het optreden eenmaal afgelopen is komt niemand op het idee om een toegift af te smeken. En hey, dat zou ook wel een belediging voor de band zijn geweest. Het publiek in een tijdsspanne van in 1 uur en 15 minuten volledig uitputten en afmatten, daarin is APTBS glansrijk geslaagd. De mensen zijn te beduusd en slaan elkaar bij wijze van spreken na afloop op de schouders, elkaar feliciterend dat ze dit ook weer overleefd hebben.
En ik? Je hoort mij niet zeggen dat ik na afloop bloed moest piesen, of bloederig slijm moest ophoesten. Maar een prettige nachtrust werd het niet, dat kan ik je wel vertellen. De bierconsumptie was niet zo best gevallen. Het hoofd tolde na, en het hart bonsde nog urenlang vervelend na in de buurt van de oorlellen. Knap gedaan APBTS! Maar mooi dat ik hier niks over ga doorlullen aan mij KNO-arts, anders wordt die bitch nog boos op me. Tuut tuut tuut…

Na afloop gewoon je eigen zooi opruimen..



