In zijn magnum opus Citizen Kane uit 1941 van regisseur Orson Welles zit een geweldige scène. Hoofdpersoon en stinkend rijke krantenmagnaat Charles Foster Kane (gespeeld door Welles zelf) is dan op de toppen van zijn roem. Hij is vastbesloten zijn echtgenote aan een carrière als operazangeres te helpen. Met zijn geld, macht en invloed moet dat een peulenschil zijn, hij kan tenslotte alles kopen wat zijn hartje begeert. De beste docenten inhuren en de beste concertzalen afhuren of zelfs aankopen! Eén ding is echter niet te koop en dat is talent. Het verhaal neemt een treurige wending als we haar in een grote Chicagose concertzaal huiveringwekkend zien afgaan. De beoogde carrière van vrouwlief is daarmee subiet stukgelopen.
Onwillekeurig schiet deze scène door mijn hoofd bij het aanschouwen van de nieuwe band KISSER. Zij verzorgen het voorprogramma van BUCK MEEK tijdens zijn uitgebreide Europese tournee. Afgelopen donderdag streek het circus neer in de Tolhuistuin. Kisser is een nagelnieuwe vijfmansband met als middelpunt de Nederlandse zangeres Germaine Dunes. Zij is de echtgenote van Buck Meek, zoals bekend de meestergitarist van Big Thief, zo’n beetje de succesvolste gitaarband van het afgelopen decennium. In Kissser vormt Buck samen met drie andere kerels de sprankelend spelende backing-band, waarmee ze en passant het vooroordeel bevestigen dat je in Amerika struikelt over de uitstekende muzikanten.
Grappig is dat: in Nederland hebben artiesten met internationale ambities nogal eens de neiging om hun eigen naam te verengelsen, en dat gaat al terug tot in de prehistorie van de nederpop. Zo kenden we in de 70s het vermaarde duo Rink Groenveld en Peter Kok die zich Greenfield & Cook gingen noemen. In de 60s had je John van Leeuwarden die Johnny Lion werd en (nog verder terug in de tijd) de legendarisch accordeonist Johnny Woodhouse die eigenlijk Jan Holshuijsen heette. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Leen Huizer die er Lee Towers van maakte. En nu is er dus ook Germaine van der Sande die zich Germaine Dunes noemt. Yes, for my part is this a good Dutch tradition!
Toen Buck Meek 2,5 jaar geleden in deze zelfde Tolhuistuin optrad vormde Germaine Dunes ook al het voorprogramma, maar toen solo met akoestische gitaar. Diepe indruk maakte ze toen niet maar bezoekers zagen wel enige potentie. Nu is ze de frontvrouwe van Kisser en het lijkt er sterk op dat zo’n rockband haar niet zo best past. Of beter gezegd, ze wordt nogal overklast door de klasbakken om haar heen. Vocaal beschikt ze over weinig power en met haar hese stem gaat ze meermaals de fout in (timing, toonhoogte), al wordt ze keer op keer uit de brand geholpen door de bassist die wèl over een gouden strotje blijkt te beschikken. Qua snarenvirtuositeit lijkt een gitaar voor Germaine niet zozeer een instrument om op te spelen maar meer een hulpstuk dat voor houvast zorgt. Ook houvast moet de dikke koptelefoon op haar hoofd geven maar dat ding lijkt haar eerder te hinderen. ‘Linda McCartney,’ hoor ik achter me iemand al schalks opmerken. Ondertussen staat rechts op het podium manlief Buck in het halfduister liefdevol toe te kijken hoe zijn bloedeigen eega hevig aan het struggelen is. Best wel een pijnlijk tafereel. Liefde maakt doof, zou dat het zijn?

Maar hey, we kwamen voor good old BUCK MEEK. Samen met Adrianne Lenker startte hij Big Thief rond 2015. Een akoestisch duo waren ze toen nog, hooguit lieten ze zich begeleiden door het geknetter van kampvuur. Destijds waren ze een setje en trokken zo met een camper de US of A door. Een romantische tijd moet dat geweest zijn, al werden ze er als permanent rondtrekkende muzikanten ook door gehard. En zoiets betaalt zich terug want zoals iedere geoloog weet: alleen onder extreem hoge druk kunnen diamanten ontstaan.

Very early Big Thief
Waar Big Thief steeds meer een mega-act aan het worden is (21 april a.s in AFAS Live) daar lijkt Buck Meek op zijn tijd bewust een stapje terug te willen doen. Bij hem is het een en al vriendelijke bescheidenheid, bijna een eerbetoon aan de kleinschaligheid. Al vier solo-albums maakte hij, en alle vier zijn ze zo ongeveer het absolute tegendeel van pompeuze borstklopperij en muzikaal imponeergedrag. Sterker nog: zijn zalvende stemgeluid en het new age-achtige gehalte van zijn teksten kunnen het beluisteren van zijn platen soms tot een melige ervaring maken. Maar ja, Buck Meek is nou eenmaal een man die iedereen liefheeft en geen vlieg kwaad doet. Liefdesliedjes zijn zijn specialiteit en op veel van zijn nieuwere nummers is er een hoofdrol weggelegd voor Germaine als vermoedelijk object van zijn verlangen.
‘Dankjewel!’ zegt Buck steeds netjes tussen de nummers door. Anders dan Germaine die het daarnet bij Engelstalige bedankjes hield. Misschien houdt Buck wel meer van Nederland dan dat zijn Nederlandse vrouw dat doet. In een recent interviewtje vertelde hij trots dat ze samen zijn wezen kajakken in de oude tunnelgrachten van Den Bosch. En nu vertelt hij trots dat ze elkaar uitgerekend pal hiernaast in het Tolhuisparkje hebben ontmoet. En ook dat ze vanmiddag de opa van hun ook al van oorsprong Nederlandse bassist zijn wezen opzoeken in Den Haag. Wat een lieverdjes toch!

Buck Meek’s solowerk mag dan de tekstuele diepgang van Adrianne Lenker’s pennenvruchten ontberen en ook de onderhuidse spanning missen, live verdwijnt dat euvel als sneeuw voor de zon. Een lekker dik aangezet indierockgeluid van een soepele, uit de heupen rockende band -voor driekwart hetzelfde als Kisser- zorgen daarvoor. Het is ruig, zonder dat de volumeknop ervoor omhoog hoeft. Prachtige samenzang weerklinkt en de tweede gitarist weet zijn instrument soms zo te beroeren dat het als een piano klinkt. Ofwel, een heerlijk stuk ambachtelijkheid van een stel no-nonsense rasmuzikanten, wat kan dat toch fijn zijn! En die teksten? Ach, het is maar waar je de nadruk op legt. In het goed verstaanbare Can I Mend it? lijkt Buck zich bewust van zijn wat eendimensionale zielenroerselen. Het lijkt wel of hij er bij wijze van contrast iets boosaardigs tegenover wil stellen: ‘Last night I lost my temper and punched the wall/ I think I broke a finger and broke your heart / Can I mend it? Can I make it whole? / Now that you’ve seen into the dark side of my soul.’
En Germaine? Tijdens Ring of Fire (nee, niet die van Johnny Cash) mag ze even terug het podium op om een een moppie achtergrond mee te zingen. Niet onverdienstelijk doet ze dat. Al eerder deed ze voor Buck’s laatste solo-album The Mirror de assistant-engineering en maakte ze ook de hoesfoto, zoals ze dat ook al deed voor Adrianne Lenker’s meest recente soloplaat. Knap! Daarmee heeft zij zich een mooi plekkie weten toe te eigenen in de Big Thief-entourage. Maar of die plek nou ook per se op de voorgrond moet zijn?

