Gek hè , met het stijgen der jaren overkomt het me steeds te vaker dat ik overvallen wordt door zoete jeugdherinneringen. Wanneer ik over de Croeselaan fiets bijvoorbeeld gaan de gedachten geregeld terug naar de oude groenteveiling aldaar. Samen met daddy Snoeischaar in zijn VW-busje gingen we erheen. Om vrachtjes tomaten, postelein of andijvie af te leveren. En dan de verrukkelijke geur van verse peterselie die er hing! Daarna steevast de kantine in om een lekkere gevulde koek te scoren. Om daar te komen moest je eerst door een houtzagerij lopen alwaar ze veilingkisten maakten, en dan een trap op.
Maar rond 1969 was het afgelopen met het veilinggebeuren in de drukke stad. Toen verhuisde het hele boeltje naar een veel groter terrein in Laagraven, precies daar waar nu een gigantische distributiecentrum van de Jumbo staat. Little did I know dat THE CRAMPS een dik decennium later in diezelfde oude veiling zouden optreden. In maart 1980 was dat, ze traden er toen op samen met samen met Urban Heroes en twee lokale bandjes, de Megafoons en Hi-Jinx. Dermate onbeduidend was dit festivalletje dat ik er eigenlijk nooit posters, recensies of foto’s van gezien heb. Zijn er lezers die daar wel over beschikken? Zo ja, meld je! Zelf was ik er ook niet bij. In die wilde punktijd kon ik The Cramps en hun tot op het bot gestripte rockabilly nog niet zo goed plaatsen en liet ik het schouderophalend aan me voorbijgaan. Nog steeds iets om me voor de kop te slaan! Met wat overdrijving zou je kunnen stellen dat mijn allergrootste jeugdige spijtmoment in datzelfde gebouw aan de Croeselaan was gelegen.
Overigens, voor de lokatiefreaks onder ons, het hoofdgebouw van de oude veiling staat er nog steeds. Althans, van de creatie van stadsarchitect J.I. Planjer (die ook het Louis Hartlooper Complex concipieerde) staat alleen het voorgebouw er nog. De hal erachter, met zijn karakteristieke enorme houten spanten is begin deze eeuw gesloopt. Het had nog tientallen jaren als sporthal gefunctioneerd. Nu zit daar een kinderdagverblijf.

Boven: het oude veilinggebouw aan de Croeselaaan / Heycopstraat anno nu. Foto onder: het oude interieur is hier goed zichtbaar (evenals het politieke sfeertje in die dagen). Daaronder: de veilinghal heeft voor zover bekend verder nooit als concertzaal gefungeerd. Behalve in 1977 toen er een Rolling Stones fanclubdag plaatsvond . Daar was ik dan weer wel bij aanwezig (er kwam verder geen hond op af..).



Okay, spoelen we door naar het heden. Want eindelijk istie daar dan, GRAVEST GRAVY van The Cramps! Met de nodige tamtam werd deze release maandenlang via de socials belangrijk gemaakt en je opgedrongen. Niks minder dan een plaat met unieke, nooit eerder verschenen opnames zou het worden. Met opnames die tientallen jarenlang stof hadden liggen te vergaren op een of andere Amerikaanse plank, en nu gerestaureerd en al eindelijk zijn weg naar de liefhebber zouden vinden.
Het betreft opnames uit 1977, op een moment dat de band buiten de USA nog nauwelijks enige bekendheid genoot. En daarbinnen ook niet trouwens. Pas drie jaar later zouden ze hun eerste Eurotour aanvangen, waarbij ze dus ook Utrecht aandeden. Maar in die prille begindagen in 1977 waren ze als complete unknowns vanuit hun standplaats New York afgereisd naar het mythische Memphis om daar opnames te maken. Als producer namen ze Alex Chilton mee, een destijds behoorlijk in de vergetelheid (en aan lager wal) geraakte eigenheimer die het evenwel nog tot cultheld zou schoppen. Zijn bekendheid had Chilton te danken aan 60s hitparadebestormers The Box Tops. Dat hij ook deel had uitgemaakt van early 70s powerpoppers Big Star interesseerde of wist destijds nagenoeg niemand. De waardering voor laatsgenoemden zou pas in latere decennia op gang komen. Afijn, daar in Memphis doken The Cramps de Ardent Studio in, precies daar waar ook Big Star hun platen had opgenomen.
Chiltons’ werkmethode bestond eruit dat hij zoveel mogelijk alle beschikbare liedjes in één keer opnam, waarna het zaak was om achteraf het beste eruit te pikken. En zo geschiedde. De eerste twee 45-toeren plaatjes van The Cramps telden vier nummers die uit deze Ardent-sessie voortkwamen. Surfin’ Bird / The Way I Walk en Human Fly / Domino. In de UK zouden deze twee singles niet veel later uitgebracht worden op één 12 inch (aangevuld met extra vijfde nummer Lonesome Town). Titel ervan: Gravest Hits.


Onder: hun eerste twee albums, met daaronder 2 x Gravest (de hoesfoto’s zijn allebei van wijlen Stephanie Chernikowski), en daaronder zomaar twee bootlegs

Zoals genoegzaam bekend: eveneens in Memphis bevond/ bevindt zich, een paar kilometer meer richting de Mississippirivier de Sun Studio. Qua plek net even wat legendarischer dan Ardent, want o.a Elvis P, Johnny C, Jerry Lee L en Roy O. waren er ooit kind aan huis. Wat Sun verder van Ardent onderscheidt is de natuurlijke galm die er heerst, de historische beladenheid die je er voelt en de mythe die er rondspookt. En het zijn juist dit soort details die een plaat de nodige charme kunnen meegeven. Twee jaar na Ardent zouden The Cramps dan ook Sun induiken, wederom onder productionele leiding van mister Chilton. De Sun-opnames zouden resulteren in hun debuutalbum Songs The Lord Taught Us. Verplichte kost voor iedereen ten westen van de Rio Bravo.
De afgelopen decennia zijn er vele tientallen, waarschijnlijk eerder honderden bootlegs van The Cramps verschenen. En helemaal niet zo moeilijk verkrijgbaar hoor, want check Marktplaats er maar eens op na, er staan er as we speak tientallen gewoon te koop. Of de opnames die nu op Gravest Gravy staan al eerder op bootleg zijn verschenen durf ik niet te zeggen, maar die kans lijkt me zeker aanwezig. Hoe dan ook, echt een enorme verrassing is dit nieuwe materiaal niet. De meeste nummers zijn al bekend, en/of zijn in live-versies al lang en breed op bootlegs verschenen. Wel vaak van een mindere geluidskwaliteit. Maar ja, hi-fi is nooit de intentie van The Cramps geweest, zeker in hun beginperiode niet.
Aan de andere kant valt er best wel wat te genieten aan Gravest Gravy. Met name het feit dat Alex Chilton op twee nummers op orgel is te horen is opmerkelijk. Al deed hij datzelfde al eerder bij ‘Fever’ dat op hun debuutalbum staat, en wel onder het geestige pseudoniem Booker C. Ook leuk is een cover van ‘Good Thing,’ dat way back in de sixties een grote USA-hit was van Paul Revere & The Raiders. Dat deze cover voordien nooit officieel op plaat verscheen valt wel te begrijpen want goed hoorbaar is dat The Cramps er niet slaagden dit nummer overtuigend naar hun hand te zetten.


Verder zit ik nog met een nijpende kwestie. Afgaande op de hoes-info heeft Cramps-gitariste Poison Ivy (als enige nog levende van de vier die we op de hoes van Gravest Gravy zien) geen bemoeienis gehad met de productie. En dat vind ik raar aangezien zij voordien zo’n beetje alle platen van The Cramps (mede-)produceerde. Had ze nou ineens geen zin meer ofzo? Ook omdat de band er altijd op stond de zaakjes in eigen hand te houden. Niet voor niks hadden ze al meteen al in 1977 Vengeance Records opgericht, helemaal bedoeld om hun eigen Cramps-materiaal uit te brengen.
Die afwezigheid van directe Cramps-bemoeienis doet bij ook mij de vraag rijzen of het digitaal oppoetsen van dit stokoude bandmateriaal wel helemaal in hun geest is gegaan. Natuurlijk, de twee supervisors Ian MacKaye (bekend van Fugazi en Minor Threat) en Henry Rollins (introductie overbodig) staan daar garant voor, zou je zeggen. Maar toch hè. Een nummer als Rocket in my Pocket heeft een rare dubbele zangpartij. We horen Lux als het ware twee keer zingen. Double-tracking vocals noemt men dit geloof ik, een bekend foefje om vokalen wat vetter en overtuigender te laten klinken. Voor The Cramps was dit toch een no-go? Bij hen stond immers altijd alles in het teken van de hyperpersoonlijke delivery van Lux Interior. En wat ik ook zo moeilijk te snappen vind: volgens de hoesinfo hadden Lux en Ivy deze plaat al afgemixt rond 1989 met het idee het uit te brengen. Maar juist in die tijd waren ze razend populair met een behoorlijk andere sound. Dan is het toch raar om op zo’n moment oud werk op de markt te willen gooien?
Weinig blij worden we tenslotte van de meerdere kleuren vinyl waarop deze plaat is verschenen. Ikzelf bleek een ‘glow in the dark’ besteld te hebben, bestaand uit fluorescerend materiaal. Nou inderdaad, toen ik na ontvangst meteen effe in de plee ging zitten en de lamp uitdeed lichtte het ding mooi op. Boeiend! Maar eenmaal rondtollend op de draaitafel was het snel gedaan met mijn puike humeurtje. Dit soort gekleurd plastic tikt en knettert als een kampvuur, meteen bij de eerste keer draaien al. En ik maar denken dat alleen typetjes als Taylor Swift zich bezighouden met dergelijke verfoeilijke gimmicks. In mijn ogen liggen doorzichtige marketingfoefjes als deze ver beneden de waardigheid van The Cramps. Bij Concerto had ik laatst al eens mijn beklag gedaan over de slechte kwaliteit van gekleurd vinyl in het algemeen. De snuiter achter de toonbank toonde begrip (natuurlijk, het zou eens niet) en legde de schuld bij een specifieke fabrikant. Want lang niet alles wat uit Tsjechië komt is even goed, speldde hij me op de mouw.
Afijn, moeten de ouwe fans nu massaal naar de lokale platenslijter rennen om deze Gravest Gravy op zwart vinyl in te slaan? Neen, dat zou ik willen afraden. Het is typisch zo’n aantrekkelijk ogende meegrisplaat die je, in weerwil van de stevige aanschafprijs van 35 euries, een paar keer for old time’s sake draait om het vervolgens in de kast weg te zetten. Een ‘impulsprodukt’ in marketingtermen. Een hebbedingetje. En aangezien we nu allemaal de broekriem moeten aanhalen omdat ‘de vrijheidsbijdrage’ prioriteit heeft..
Hier nog een mooi verhaal van Peter Bruyn, over zijn belevenissen in en rond Haarlem met wijlen Alex Chilton.
