Met weer veel live-foto’s van Anne-Marie van Rijn
Okay mensen, daar gaar gaan we weer, Le Guess Who editie nummero 19! Sinds de Internationale Platen en CD-Beurs in coronatijd met stille trom vertrok resteert enkel nog dit festival waarmee de centraal gelegen provinciestad U. zich op grootse wijze muzikaal weet te manifesteren. Opvallend is de grote toevloed aan buitenlandse bezoekers. Waar landgenoten het zo zoetjesaan voor gezien houden daar stromen zij massaal toe, zo lijkt het wel. Tegelijkertijd zie je ook een nieuwe generatie aan liefhebbers verschijnen. Het hoge ouwe lullengehalte van voorheen lijkt zijn beste tijd te hebben gehad. Misschien wel beter zo. Afijn, we beginnen bij het begin:
De donderdag
Free jazz en hiphop, dat zijn twee genres die elk hun eigen publiek trekken en verder niks met elkaar van doen hebben. Behalve dan op Le Guess Who, want daar komt een publiek op af dat vastbesloten is open te staan voor van alles en nog wat, zelfs voor een kruisbesnuiving tussen deze twee grootheden. Enter MOPCUT feat. MC DäLEK. Mopcut is een internationaal jazz impro-gezelschap dat zich met een energieke aanpak in de kijker wist te spelen, terwijl New Jersey-inwoner Dälek al sinds eind vorige eeuw een gerespecteerde naam is onder experimentele hiphop liefhebbers. Hier in Cloud Nine weet Mopcut op meerdere momenten uit een schijnbare muzikale brij een strakke groove te persen. Jaja precies, zoals The Ex dat zo goed kan, inderdaad. De oerdegelijke doch verder weinig opzienbarende raps van MC Dälek strooit hij spaarzaam over het concert uit, zodat het eerder de free jazz is dan de hiphop wat het geluid domineert. Als voorgerecht best wel boeiend dit.
Wie in de Ronda goed door de mist en duisternis heentuurt kan twee mannen ontwaren die gehuld in een soort monniksgewaden hun gitaren bespelen. Als twee dolende druïden schuifelen ze langs een rits manshoge luidspreker-met-daarop-buizenversterker-monolieten die van het podium een soort indoor-Stonehenge maken. Over wie hebben we het hier? Over SUNN O))) natuurlijk! Hun dodelijke, brutalistische mix van drone, noise, doom, volume, nog meer volume, distortion, metal en maximalistisch minimalisme is al vaker in Nederland te zien geweest, ook bij LGW. Liefhebbers weten: een optreden van dit Seattle-duo is een intense, fysieke beleving die je moet ondergáán. Een soort SM eigenlijk, een soort sonische marteling waarvan je trots kan navertellen dat je het in zijn geheel doorstaan hebt. Zoals te doen gebruikelijk bij dit soort zwaar op de maag liggende muziek zie je de meisjes en de stelletjes al gauw afdruipen. Het ‘terracottaleger’ (haha, die term heb ik van Hester A.) dat overblijft neemt het vervolg stuurs kijkend in zich op. Wellicht overpeinzen ze ook het opmerkelijke feit dat TiVre enerzijds een streng rookverbod hanteert terwijl ze nu in de Ronda vooral naar fanatiek puffende rookmachines staan te gluren.

Persoonlijk had ik nog nooit van LOS WEMBLER’S DE ISQUITOS gehoord, maar deze Peruvianen schijnen ware legendes in Zuid-Amerika te zijn. Het verhaal is prachtig: een schoenmaker die ergens in de jaren ‘60 besloot om samen met zijn vijf zonen een band te vormen, waarna ze uitgroeiden tot pioniers van de psychedelische cumbia, wow! Op Spotify zijn hun vroegere, nog zeer genietbare platen mooi terug te luisteren. Maar goed, hun belang lag dus in een tijdperk dat al 60 jaar achter ons ligt, en daarnaast lag de band (na het overlijden van vaderlief) zeker 25 jaar lang op zijn culo. En dus verbaast het niks dat anno nu de scherpe randjes er hartstikke vanaf zijn. Sterker nog: meer dan een veredeld bruiloftsorkestje is dit niet. Maar hey, de dikbuikige mannetjes-op-leeftijd hebben de gunfactor natuurlijk. Vurig aangemoedigd door het publiek – de meisjes die daarnet nog bij SUNN O))) hoofdschuddend wegliepen stromen nu heupwiegend toe – maken ze er een vrolijkmakend dansfeestje van.

De vrijdag
Een graag geziene gast op LGW is de Britse Nederlander annex onvermoeibare alles-aanpakker Ajay Saggar. Voorheen zat hij oa in het aan The Ex gelieerde King Champion Sounds en vorig jaar nog waren er hele volksstammen die vielen voor zijn eenmalige rockgitaarproject Water Damage. Dit keer gooit hij het over een geheel andere boeg, een kerkorgel-show! Ja het zit zo: ergens in noordelijk Yorkshire stuitte hij op een achteraf gelegen middeleeuws kerkje, alwaar hij een zomer lang aan de slag mocht gaan met het pipe organ. Heel kort gezegd mondde dat uit in de dubbel-LP Summer in St. Mary’s, dat sinds enkele weken uit is onder zijn artiestennaam BHAJAN BHOY.
Nu bij LGW is de Buurkerk, beter bekend als Museum Speeldoos, de aangewezen plek om de plaat live ten gehore te brengen. Terwijl het publiek beneden op stoelen zit is Ajay naar boven geklauterd. Daar in een schaars verlicht hokje (zijn gele muts is nog net zichtbaar) zit hij in zijn eentje het enorme kerkorgel te bespelen. Hoewel ik persoonlijk eventjes al mijn grondige afkeer van kerkelijke muziek opzij moet zetten, wordt wel duidelijk dat Ajay bezig is nieuwe klankkleuren aan het instrument te ontlokken. Want monotonie, minimalisme en repetition kunnen een kracht zijn, zeker wanneer dat gekoppeld wordt aan een drone-achtige benadering. Hier en daar zie ik stadse stoepenschijters languit op de grond gaan liggen, om het gebodene ten volle op zich in te laten werken. Vermoedelijk gaat er voor hen een wereld open met dit soort muziek. Het zij ze gegund.


Radicaal musicerende Japanse meisjes, altijd leuk. Het trio KUUNATIC uit Tokyo was drie jaar terug ook al te gast bij LGW. In de Helling maakten ze er toen een mooi spektakel van. Speels spelend met traditioneel Oriëntaalse geluidsmotiefjes, gebruikmakend van een afwijkend instrumentarium, gehuld in witte gewaden en geholpen door een prachtig, feeëriek lichtspel maakten ze toen diepe indruk. Onlangs kwam hun tweede album uit en wat dacht je wat: qua kleding is er sprake van een enorme stijlbreuk want de dames gaan nu gehuld in zwarte gewaden. Het moet niet gekker worden! In Cloud Nine is dat hoe we ze te zien krijgen: barefooted and dressed in black. Aangezien hun tweede album een tikkie minder sprankelend en wat meer down-to-earth klinkt dan zijn sublieme voorganger Gate of Klüna, weet dit optreden het niveau van wat zich in 2022 ontspon bij vlagen te evenaren. Maar evenzogoed weer behoorlijk indrukwekkend hoor.


Een vertrouwd gezicht op LGW is de 75-jarige Alabama-veteraan LONNIE HOLLEY. Stond hij aanvankelijk nog als een soort ‘outsider art’-rariteit in de marge van het festivalprogramma opgenomen, nu komen we meneer tegen op het Ronda-podium met een 12-koppige big band, waarvan zeker de helft een percussie-instrument bespeelt. Zelf zit hij nog steeds achter zijn eenvoudige orgeltje en nog steeds neemt hij alle tijd om het publiek op geheel eigen wijze toe te spreken. Daarbij haalt hij geregeld zijn moeder aan. Want zij heeft hem mooie levenslessen meegegeven, vertelt hij vol ontzag. Bijvoorbeeld als het gaat om het verschil tussen ‘hebben’ en ‘zijn.’ Zoals: je kan je hele kledingkast wel vol hebben hangen met mooie kostuums maar in je doodskist kun je er slechts eentje aantrekken! En nog meer van dat soort nadenkertjes. Dus nog bedankt mama. Eert uw moeder en uw voorvaderen, is zijn boodschap. ‘History is the mother!,’ drukt hij ons nog eens op het hart.

Ook de nodige indruk maakt YOO DOO RIGHT in een bomvolle De Helling. Het is een goeddeels instrumentaal spelend rock-trio uit Montreal, Canada, dat zich vernoemde naar een liedje van Can. Okay, een echt flitsende ogend stelletje is het niet (‘a little less light please,’ vraagt de gitarist halverwege bedeesd) maar het zijn wel klasse-muzikanten die van wanten weten. Mede dankzij het voortreffelijke zaalgeluid van De Helling ontpopt zich dit tot een levenslustige en kolkende postrock/krautrock hybride.

Omdat het festival niet voor jan lul Le Guess Who? heet is er op elk van de vier avonden een prominente plek ingeruimd voor een mystery guest. In het blokkenschema zie je dan dus dagelijks een blokje staan met daarin enkel een groot vraagteken. Op de tweede avond is het goed raak als niemand minder dan…. GILLA BAND het Ronda-podium betreedt. Het verstoppertjesspel spelen de Dubliners met verve mee want het hele optreden door staan ze in het halfduister, terwijl het voor velen gissen blijft naar hun bandnaam. Gilla Band / Girl Band heb ik zelf nou al zeker een keer of zeven live mogen aanschouwen en elke keer weer weten ze je vol in het middenrif te raken met hun zeer confronterende rock-noise uitspattingen. Echt dansbaar is hun muziek echter niet, maar als ze tegen het einde op de 4/4 techno-tour gaan en hun grandioze, inmiddels tien jaar oude Blawan-cover Why they hide their bodies under my garage?’ inzetten is het heck from the dam en zet het publiek het op een massaal moshpitten. Mooie bijkomstigheid is dat Blawan pas de laatste tijd veel publiciteit begint te trekken met zijn ultra-puike nieuwe album SickElixer. Dat zal de Gilla’s goed doen.

De zaterdag
Op de zaterdag ben ik blijkbaar met mijn nostalgische been uit bed gestapt. De dag begint met GINA BIRCH, ooit voorvrouwe van de legendarische The Raincoats voor wie oa Kurt Cobain zo’n zwak had. In 2019 raakten The Raincoats nog een gevoelige snaar bij het LGW-publiek met een fragiele, ontwapenende show. Het valt te prijzen dat Gina nu in De Helling niet teruggrijpt naar ouwe Raincoats successen. Zelfs haar enige solo-hitje van twee jaar terug, I Play My Bass Loud speelt ze niet. En dat terwijl er het hele optreden lang een basgitaar achter haar staat, maar die wordt dus niet aangeroerd.

Wel brengt Gina even grappige als fel feministische monologen waarbij ze zichzelf op de echo- en galmgitaar begeleidt. Ook is ze klunzig in de weer met een laptop. Als ter onderstreping van haar woorden zien we achter haar bewegend beeld van ondermeer een waslijn vol beha’s die de fik ingaat (zonde zeg!). En even later, tijdens de meezinger Causing Trouble Again flitsen er allerlei namen voorbij van allerlei powerladies van toen en nu. Dat varieert dan van Patti Smith tot Kate Bush en van Stormy Daniels (!) tot Frida Kahlo. Goed afgekeken van Le Tigre. Relevant feitje nog: Gina’s twee solo-platen zijn geproduceerd door ex-Killing Joke bassist Youth en uitgebracht op Jack White’s Third Man Records. Heel eerlijk: zonder die stevige ondersteuning had de thans 70-jarige het anno nu in haar eentje niet gerooid, vermoed ik.
Yes, het is een mooie LGW-traditie om bij tijd en wijle oude, soms in de vergetelheid geraakte helden te eren. Alleen al op reggaegebied dringen mooie herinneringen zich op: The Scientist, Linton Kwesi Johnson, Dennis Bovell, The Mad Professor… Dit jaar zijn The CONGOS de in het oog springende retro-act. Even terug: way back in 1977 maakten The Congos hun schitterend relaxte, met hemelse vokalen overgoten roots-reggae plaat Heart of the Congos. Voor het geweldige geluid van die plaat moeten we producer Lee Perry eeuwig dankbaar zijn. Ongeveer in dezelfde tijd als Kraftwerk pionierde hij al met drummachines, al werd dat apparaat bij The Congos alleen subtiel ingezet. Zo’n 23 jaar later verscheen hetzelfde album nogmaals, dit keer als dubbel-album, met daarop allerlei langere versies van dezelfde nummers. Pure magie!

De kern van The Congos (lange tijd een trio) bestaat uit het illustere duo Cedric Myton en Roy Johnson. Hun falset- en tenorstemmen vullen elkaar op wonderbaarlijke wijze aan. Gestoken in coole ghetto-trainingspakken en met geen grammetje vet op het lijf lijkt het de oudjes (allebei 75+) geen enkele moeite te kosten om het in de Ronda ouderwets op een skanken te zetten. Heel krachtig zijn hun stemmen niet meer natuurlijk, af en toe weigeren die zelfs simpelweg dienst. Maar alle gaatjes worden kundig dichtgespeeld door de relatief jonge backing-back zodat er toch een zeer genietbaar geheel overblijft. Tjonge, wat is het toch heerlijk om oude helden uit alle macht toe te juichen, het kan haast niet anders dat zo’n stortvloed aan liefde hun levens met minimaal enkele jaren zal verlengen. Tegelijkertijd is hun tourschema iets om je zorgen over te maken: elke dag een optreden in een andere Europese stad, dat moet toch slopend zijn op die leeftijd ?
(Naschrift: in de Oor-recensie over LGW lees ik dat bovenstaande laatste zin helaas meer dan waar blijkt. Want al voorafgaand aan hun LGW-optreden is zanger Cedric Myton in Zweden achtergebleven omdat hij daar onwel werd. Daardoor resteren er bij LGW twee van de drie zangers. Bariton Watty Burnett doet wel gewoon mee. Hij is de man in het zwart gekleed)

Later op de avond belanden we in Ekko, waar traditiegetrouw lange rijen voor de deur staan. Hoewel we aardig wat verwachtingen hebben bij het Michigan, USA-combo PROSTITUTE en hun Arabisch getinte opstandigheid blijkt dit toch uit te draaien op een dompertje. Het is een typische wollenmutsenband van jongens die zichzelf reuze interessant vinden. Al snel wordt duidelijk dat hun hardcore van het zichzelf overschreeuwende soort is, en uiteindelijk zielloos en weinig origineel is. Daarom trekken we ons lusteloos terug in het Ekko-café. Rare gewaarwording om buiten al dat wachtende volk te zien staan: zij willen erin en wij willen eruit.
Een stuk leuker wordt het even later in hetzelfde theater als DAYCARE GOBLIN het podium opstuitert. Een jonge, hippe en grappige, zogenaamde egg-punk band uit Instanbul, Hun synth-punk is lekker vinnig en puntig, de nummers kort en krachtig. Met de zanger is niks mis maar als op een gegeven moment het toetsenmeisje achter de zangmicrofoon kruipt en er een paar kilo extra power tegenaan gooit dan krijgt alles plotseling nòg meer betekenis. Later lees ik dat dit toetsenmeisje zichzelf Mama Goblin noemt en dat zij eigenlijk het creatieve brein is achter deze super-energieke spektakelformatie.
De zondag
Op de zondag overheerst een onbezorgd herfstzonnetje, nog versterkt door de glorieuze overwinning van FCU op Ajax. Waar LGW vrijwel altijd gepaard ging met regen en kou en meestal garant stond voor een stevige longontsteking daar sta ik nu de meeste concerten in mijn korte broek af te werken. Bij wijze van spreken dan hè. Yep, the climate is a-changing zong een bekende troubadour ooit al eens. Ondertussen gaat in de nieuwbouwbunker op het Vredenburg BIG/BRAVEal van start. Hun trage slowcore met drie massieve en knalharde mineurgitaren gaat er op dit moment van de dag maar lastig in bij mij. Het scheelt dat een creatieve drummer en een mooi zingende zangeres voor wat sonische verfraaiing zorgen. Maar toch… wat is dat toch, om de een af andere reden wordt dit soort muziek al jaren als vernieuwend gezien, bij LGW is het althans met geen knuppel weg te krijgen.

2 x Big/Brave

Meer levensgeluk vind ik in Het Kapitaal, Daar staat M.J.H. THOMPSON + VOLKSORKEST op het denkbeeldige podium. Dit betreft een nieuwe Nederlandse band die een maandje terug nog bij Left of The Dial te zien was. Het beste uit Leiden sinds Rubberen Robbie! Voorman Michiel Thompson zat jarenlang in de groep Kieff en liep daar tegen allerlei beperkingen aan. Maar nu is hij baas over eigen band en kan hij zijn gang gaan. En dat betekent goed gestructureerde muzikale anarchie waarbij het alle kanten opgaat. Een beetje nerdy, een beetje Pavement, een beetje Canshaker Pi… Terwijl zijn losvast-band (vandaag zeskoppig) bij tijd en wijle volledig ontspoort en voor een kakofonie aan teringherrie zorgt staat hij daar in eentje met een akoestische gitaar ervoor te zorgen dat het catchy popmuziek blijft. En zo kan het gebeuren dat het orkest zich waagt aan een vrolijke groepsverkrachting van Hank Williams’ klassieker I Saw The Light. En nog meer van dat soort (on)gein dus.. Samen met Grote Geelstaart en De Plaag behoort deze band tot mijn persoonlijke NL-ontdekkingen van dit jaar.

M.J.H. Thompson (eigen fotootje)
Een heule mooie uitsmijter op de zondagavond is het concert van SMERZ. Dit Noorse damesduo dat vanuit Denemarken opereert maakt al een tijdje de nodige indruk met sferische, uplifting, vrij minimaal vormgegeven electro-pop waarin steeds veel ruimte is ingebouwd voor stiltes. Tot nu toe waren ze in Nederland een onbekende naam maar plots staan ze schijnbaar vanuit het niets op het Ronda-podium gekatapulteerd. Dat lijkt ze niks te deren, ze stralen veel rust uit en doen gewoon lekker hun dingetje. Een bassist/gitarist en drummer/percussionist zorgen voor een prettige ruggengraat, terwijl Catharina (de brunette) en Henriette (het blondje) onderkoeld zingen en hier en daar wat toetsen- en vioolpartijtjes toevoegen.

Smerz brengt heel gewoon goeie, stijlvolle en smaakvolle popmuziek, waarbij je als toehoorder de hele tijd staat te peinzen: waar doet me dit verdomme toch aan denken? Die vraag is lastig te beantwoorden, temeer daar ieder nummer weer heel anders is. Maar aanwijsbare invloeden lijken oa Wet Leg, Lana del Rey, The Verve, The Asteroids Galaxy Tour, Sade, Cardi B, Shangri-Las en Portishead. Luistert zelf maar eens naar hun 2025-album Big City Life. Ik zeg: Smerz barst van de groeipotentie en lijkt al helemaal klaar voor de het grote werk op de zomerfestivals. Mooi weetje nog: Catharina Stoltenberg is de dochter van voormalig NAVO-baas Jens Stoltenberg!
