Interview met Dirk Baart, programmeur van EKKO

Met foto’s van Anne-Marie van Rijn


Hulde aan de jubilaris, EKKO bestaat 40 jaar! Daarmee is 2026 voor dit iconische poppodium een mooi moment om even feestelijk bij stil te staan. Want wàt een geschiedenis is het inmiddels geworden. Wat ooit in januari 1986 vrij onopgemerkt begon met een optreden van de Delftse formatie De DIV is langzaam maar zeker uitgebouwd tot een gesmeerd lopende culturele broedplaats met landelijke allure, speciaal in trek bij fijnproevers. Als een van de verantwoordelijken voor het succes mogen we huidige programmeur Dirk Baart beschouwen. Met zijn 28 jaar is hij ook nog eens een van de jongsten in zijn vakgebied.

Ondanks het feit dat EKKO nooit -zoals Tivoli- is doorverhuisd naar een groter pand heeft ze qua organisatie behoorlijk wat stappen gezet. Zo is EKKO sinds de jaren ‘90 vol gaan inzetten op professionalisering en is zich steeds meer gaan focussen op de muziekprogrammering. Gaandeweg werd er afscheid genomen van zaken als het filmhuis, de doka en de vrouwengroep. Tegelijkertijd werd er afgerekend met oude stigma’s als ‘vleermuizenhol’ en ‘studententent.’ Een door de gemeente gewenste fusie met De Helling werd begin jaren ‘90 afgeketst. Inmiddels heeft EKKO een kern van 15 ‘kantoormedewerkers’ in dienst, plus nog tientallen ‘vloermedewerkers’ (d.w.z. personeel dat rondom de activiteiten werkt) en evenzoveel vrijwilligers. Tot die kern behoren ook de twee programmeurs, een persoon voor de nachtcultuur en en een persoon voor de live- en podiumprogrammering. Die laatste is Dirk dus.

Bij een feest horen festiviteiten, en om het jubileum luister bij te zetten is het EKKO’s bedoeling om gedurende dit kalenderjaar een serie optredens neer te zetten van aansprekende artiesten die er ooit eerder speelden. Die feestelijke serie ging onlangs al van start met Kensington. Waarom juist Kensington, Dirk? Zij zijn lang niet iedereen’s favoriet en het is bovendien een band die toch al met gemak giga-zalen uitverkoopt.

‘Kensington is Utrecht’s trots en heeft hier vroeger meerdere keren gespeeld, met eigen shows en daarvoor ook bij een bandwedstrijd. Ik vind het heel bijzonder dat zij, toch een band die tot in de Johan Cruijff Arena staat, een warm gevoel blijft houden bij de plekken die hen mede hebben ontwikkeld. Plus ze komen hier ook regelmatig over de vloer als gasten. Ik vind het een hele bijzondere aftrap voor zo’n jaar.’

Toet toet, Kensington voor de deur! (foto: Dirk Baart)

Onder: op de Weerdsluis met het Dommetje op de achtergrond (foto: Anne-Marie van Rijn)

Kun je een tipje van de sluier oplichten, wat kunnen de mensen nog meer verwachten?

‘Helaas kan ik er nog niet teveel over zeggen want dingen lopen nog. Maar wel dat we voor de nachtprogrammering Spinvis hebben vastgelegd. Hij zal op 13 maart tijdens Club Ekko met een speciale dj-set komen vol persoonlijke favorieten. Ook willen we qua nachtprogrammering organisatoren terugvragen die hier ooit begonnen zijn en die later met hun concepten doorgegroeid zijn naar grotere podia en festivals. Tegelijkertijd willen we ook in ons jubileumjaar gewoon blijven doen waar we goed in zijn en waartoe we op aard zijn. En dat is vooral de nieuwe opwindende dingen presenteren en scouten en eruit vissen. Zo’n jubileumjaar nodigt uit tot een soort nostalgie, maar we willen juist ook lekker vooruit blijven kijken en doen wat we doen. ‘


Okay mooi. Maar eerst even netjes bij het begin beginnen. Waar stond je wiegje, hoe ben je in EKKO terechtgekomen en hoe kon je al zo snel op jonge leeftijd programmeur worden?


‘Ik kom uit Made, een dorpje in de buurt van Breda. Als scholier ging ik al regelmatig naar dingen als London Calling en naar EKKO. Dan was het altijd proberen om met de laatste trein thuis te komen, en als dat misging moest mijn vader me ‘s nachts komen ophalen. Niet lang daarna ging ik in Utrecht studeren, muziekwetenschap. Mijn vriendin, met wie ik nog steeds ben, werkte toen al in EKKO op vrijwillige basis als stagemanager. Zij wees me op een vacature voor assistent-programmeur. Dat hield in dat je een dag per week als vrijwilliger het vak van programmeur kon leren.’


‘De enige ervaring die ik toen nog had met muziek was erover schrijven. Ik had een hobby-blog en schreef als 18-jarige al voor de Daily Indie. Rond 2018 liep ik stage bij 3voor12 en schreef af en toe wat voor Oor, aanvankelijk in de vorm van online festivalverslagen en later ook interviews in de papieren versie. Ik zat nog op de middelbare school toen ik mijn eerste Oor-artikel schreef. Dat ging over Jehnny Beth. Ikzelf vond het heel wat maar mijn klasgenoten waren niet onder de indruk, het zei ze helemaal niks, haha. Ik moet erbij zeggen, qua organiseren had ik wel al enige ervaring opgedaan bij het platenzaakje Swordfish & Friend aan het Oudkerkhof. Daar deed ik kleine sessies en Q&A’s.‘

Dirk (rechts) doet een Q&A met Askward I, boven bij Swordfish & Friend (foto :Tess Janssen)


‘Toen ik in EKKO kwam werken als assistent-programmeur waren dat tevens de laatste paar maanden van Eduard Versteege. Hij was weer de opvolger van Sytse Wils die nu nog steeds werkzaam is bij TiVre, en diens voorganger Joep Smeets, nu van De Helling. Eduard ging werken voor Belmont Bookings. Daarna kwam Ilana van den Berg, zij kwam bij de Sugar Factory in Amsterdam vandaan. Een tijdje lang ben ik ook haar assistent geweest. Gedurende de pandemie vertrok Ilana, ze ging voor Fonds 21 werken, een projectadviesbureau voor podiumkunsten. Vervolgens heb ik het stokje overgenomen. Covid zorgde wel voor een soort van zachte landing voor me want die eerste tijd was ik vooral bezig met dingen annuleren en verplaatsen. Het is snel gegaan, ik heb nu zelf ook weer een assistent-programmeur die hopelijk ook weer het vak goed aan het leren is.’

EKKO mag dan al 40 jaar bestaan, de geschiedenis ervan gaat eigenlijk nog veel verder terug. Al vanaf 1906 huisde in pand Bemuurde Weerd 3 de reformatorische studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum, beter bekend als S.S.R. Toen de moderne tijden zich in de jaren ‘60 en ‘70 aandienden kwam het tot een richtingenstrijd, en uiteindelijk tot een waterscheiding. De groep die vasthield aan een studentenvereniging met christelijke beginselen trok rond 1985 weg naar een pand aan de Oudegracht, alwaar ze onder de naam S.S.R.N.U tot op de dag van vandaag gevestigd zijn. Het andere gedeelte dat een meer open jongerencentrum voorstond bleef in het pand, zij namen de naam SSR aan, zonder puntjes dus. Na een verbouwing in 1985 doopten zij zichzelf om tot EKKO. Die naam bekt lekker en is afgeleid van Echo & The Bunnymen maar schijnt ook te staan voor Emancipatie, Kultuur, Kreativiteit en Ontmoeting.

Boven: studenten doen een prehistorische moshpit aan de Bemuurde Weerd , anno 1966. Onder: modernere tijden doen hun intrede, anno 1969 (beide foto’s met dank aan Linde en Freek Nijland)

Poster boven: tijdens de verbouwing eind 1985 werd een belangrijke naamsverandering aangekondigd. Dat werd gevierd in de Bloemkelders met twee lokale bands. Daarvan kwam alleen The Avengers opdagen, met in hun gelederen de BU-ers (Bekende Utrechters) Jerry G. (Utrechts Nieuwsblad) en Jeroen V. (Plato). Let ook eens op de spelling, de guldensprijzen en de aanvangstijden!

Foto onder: een van de eerste Ekko-vergaderingen in een nog maagdelijk witte zaal, 1985 (foto: Utrechts Archief)

Van al deze voorgeschiedenis heeft Dirk weinig meegekregen. Het verleden van EKKO is voor hem meer een gegeven, het is allemaal van (ver) voor zijn tijd. Liever geeft hij op nuchtere wijze invulling aan zijn programmeurstaak. Als kern daarvan ziet hij het om het heden voortdurend te scannen, en het beste daarvan op het Ekko-podium neer te zetten. Als hij dit toelicht krijg je al gauw de indruk van een rustig en bedachtzaam sprekend persoon. De volzinnen die uit zijn mond komen rollen klinken alle even afgewogen, welbespraakt als vlot. Het zal allicht zijn karakter tekenen.


Hoe geef je het programmeren vorm en hoe ziet je dagelijkse werkpraktijk eruit? Ben je de hele dag door met bands aan het bellen?


‘Ik heb eigenlijk vooraf weinig direct contact met artiesten, los van wat lokale artiesten zoals met voorprogramma’s. Er zitten altijd één of meerdere lagen van vertegenwoordiging tussen. Een boeker, een manager, soms een internationale agent. Vaak hebben internationale artiesten een manager, en die zoekt er dan een boeker bij die voor internationale tours bezig gaat. Zo’n agent heeft in elk land weer een specifieke subboeker, dus iemand die de zalen in dat land goed kent. In Nederland zijn Mojo en Friendly Fire voor zalen als wij de belangrijkste boekingskantoren, al zijn er ook een aantal kleinere, meer onafhankelijke boekingsbureaus. Deze hebben vaak hun eigen niche-acts. Bijvoorbeeld Belmont Bookings doet veel smaakvols qua moderne folk en americana. Of met Black Rice Bookings werken we vaak, zij zitten meer aan de punk- en postpunkkant. Bij kleinere bureaus werken meestal een of twee boekers, terwijl het bijvoorbeeld bij Mojo eerder een man of twintig zijn die ieder hun eigen ‘roster’ met artiesten hebben die zij vertegenwoordigen.’


‘Soms benaderen ze mij, soms benader ik hen. Je hoort weleens iets tofs en dan ga je er achteraan. In de eerste plaats moet je dan zien uit te vogelen wie de juiste vertegenwoordiger is. En dan kun je vragen naar hun plannen met een artiest, en of ze plannen hebben om naar Nederland te komen en wanneer dan wel. Dan moet je maar net het geluk hebben dat die plannen in de maak zijn. Maar in de praktijk gaat het vaker om artiesten die we aangeboden krijgen dan om artiesten die we zelf benaderen. Dat benaderen fungeert ook om interesse te tonen, dus voor het moment er wel concrete plannen komen. Soms moet je dingen in de week leggen, ja.’


‘Een boeker kan een band aanbieden bij zalen, of bij festivals. Voor zo’n boeker is het zaak om juist op festivals te bouwen aan bekendheid van zo’n artiest. Om te kijken hoe live-shows van zo’n artiest vallen, en om in te schatten wanneer een artiest er klaar voor is om op eigen kracht naar een zaal te gaan en voldoende kaartjes te verkopen. Het juiste moment daarvoor inschatten, dat blijft het moeilijkste.’


Nog maar net beginnende punkbandjes zag ik laatst al staan op het ‘roster’ van Friendly Fire. Ze zitten nu al bij een boekingsbureau. Net als jonge voetbaltalentjes worden ze steeds eerder vastgelegd, is mijn indruk.


‘Ja, die vertegenwoordiging door professionele boekers is er steeds sneller naar mijn gevoel. Steeds meer beginnende artiesten zie je op showcase-achtige festivals staan (Eurosonic/ Noorderslag, The Great Escape, Left of the Dial), in een veel eerdere fase dan tien jaar terug. Maar ja, ook als boeker moet je er snel bij zijn omdat anders een concurrerend boekingskantoor je voor is. Voor die kantoren is het bij het vastleggen van artiesten ook wedden op meerdere paarden. Dan zien ze later wel wat al dan niet zal aanslaan. Een tendens is ook, als Nederlandse bands er bij de Popronde bovenuit steken dan worden ze al heel snel vastgelegd, dat geldt eigenlijk voor bijna allemaal.’


Spelen er uiteindelijk bij EKKO veel acts die niet bij een boekingsbureau zijn aangesloten?


‘In principe is het voor ons geen enkel probleem als iets geen boeker heeft. Voor voorprogramma’s geldt dat relatief vaak, zeker als het gaat om lokale voorprogramma’s. En toerende artiesten nemen vaak zelf een voorprogramma mee. Maar het aantal hoofd-acts dat hier speelt en geen boeker heeft? Die zijn op jaarbasis echt op één hand te tellen.’

Posters, posters, posters…. Boven uit de vroege jaren ’90. Onder de hedendaagse varianten (onderste foto: Anne-Marie van Rijn)


Even terug naar het EKKO-gebouw zelf. De oplettende bezoeker die het pand aan de Bemuurde Weerd betreedt zal de bouwkundige overeenkomsten met het oude Tivoli opvallen. Een statig rijksmonument aan het water, gelegen temidden van veel stedenschoon. Met kantoorruimtes boven aan de straatkant, met achterin een zaal en met een lange gang die ernaar toe leidt Maar waar het oude Tivoli verhuisde en samensmolt met Muziekcentrum Vredenburg en zich in korte tijd ontwikkelde tot de mega-amusementsfabriek die het nu is, daar bleef Ekko zitten waar ze zit. Klein maar fijn, zogezegd.


Met een dergelijke kleine behuizing hebben jullie vast met allerlei beperkingen te maken. Moet je daar als programmeur rekening mee houden?


‘We hebben hier alle grenzen wel redelijk bereikt ja. Maar dat vind ik juist de charme ervan. Het is gewoon heel helder dat bepaalde dingen niet kunnen. Zo hebben we geen backstage-ruimte en ook geen loading dock. Bands die hier spelen moeten met hun spullen door de gang naar het podium. En als ze van de kleedkamer naar het podium lopen en vice versa dan moeten ze door het publiek. Dat is nou eenmaal hoe het hier werkt. Zo’n paar keer per jaar loop je daar wel tegenaan. Dan gaat het om bands die dusdanig professioneel zijn voor de schaal waarop ze nog spelen, dat je het wel meemaakt dat ze in een grote nightliner komen voorrijden. Die past dan amper in de straat en parkeren is ook een uitdaging. Maar de meeste bands die hier komen vinden het juist heel leuk.’


‘Ik denk dat we een goeie naam hebben qua hoe goed er voor bands gezorgd wordt. Qua techniek, qua hospitality, qua goed eten en drinken. Het is ook niet zo dat bands onvoorbereid zijn als ze hier aankomen want optredens worden productioneel voorbereid. We werken met een producent die de ‘advancing’ doet met artiesten. Dan stuur je vooraf allerlei info die kant op, zodat ze weten wat ze te wachten staat. Alleen de ene band leest het beter dan de ander. In tweede instantie zijn er dan nog onze stagemanagers die dingen kunnen opvangen. Het komt eigenlijk altijd wel goed.’


Ook de voorkoming van overlast voor de buurt heeft EKKO’s aandacht. Er bestaan duidelijke afspraken en directe lijntjes met omwonenden en de gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om het niveau van geluidsbegrenzing. Die wordt dan ook streng in de gaten gehouden. Daarnaast heeft ook EKKO sinds het rookverbod van kracht is te maken met buitenrokers, en ook die kunnen luidruchtig zijn. “Met het avondpubliek gaat het nog wel, maar ‘s nachts rond 04.00 uur is reuring voor de deur minder gewenst. Vandaar dat ons beleid is dat we dan niet meer dan vijf rokers buiten toelaten. Dan zie je dus bij ons binnen in de gang rijen staan van mensen die naar buiten willen om een sigaretje te roken. Dat is wel maf, ja.’


Elke popprogrammeur kent wel het traumaatje van verkeerde inschattingen maken, niet alert reageren, concurrentie die je net voor is, of andere vormen van naast het net vissen. Zo greep EKKO ooit mis bij Fleet Foxes, Parquet Courts en The XX. Het beruchtste voorbeeld is wat dat betreft wel The Strokes. Deze toen nog onbekende New Yorkers werd de zaal ergens in 2001 aangeboden. Maar omdat er op die bewuste dag nou eenmaal een verhuur voor de Marco Borsato Fanclubdag (!) ingepland stond werd dat vriendelijk afgewimpeld. Heeft Dirk zelf ook weleens naast dingen gegrepen?


‘Zeker wel, je moet aan de lopende band keuzes maken en het zijn bijna altijd altijd harde keuzes. Er is geen tussenvorm, het is of ja of het is nee. Ik heb bijvoorbeeld eens nee gezegd tegen Mdou Moctar. Hij had ooit al eens eerder bij ons gespeeld en het was mijn inschatting dat de mensen wel een beetje klaar zouden zijn met die Tuareg-sound. Nou nee dus, hij maakte tegen die tijd juist een van zijn meest gewaardeerde platen tot dan toe. En verder, tijdens de pandemie hadden we dingen geprogrammeerd staan die afgelast moesten worden en die we later nooit meer hebben kunnen inhalen. Zo hadden we Sports Team voor twee uitverkochte optredens geboekt staan. Al snel na Covid stonden ze in de Ronda, dus dan weet je het wel. Ach, het hoort erbij. Je kunt nooit foutloos worden in dit werk. Je kunt er wel beter in worden.’


Waarin zit voor jou als programmeur nou specifiek jouw vakmanschap en creativiteit?


‘Je wilt vooruitstrevende artiesten laten zien dus dan vind ik dat je jezelf als club moet verplichten om ook vooruitstrevend te zijn. Dus om zelf programma’s te bedenken die anders zijn. Zo doen we shoegaze-avonden die we zelf samenstellen en die heel anders zijn dan reguliere shows boeken. Voor EKKO gebruiken we zelf het woord ‘middleground,’ dus gepositioneerd tussen underground waar dingen borrelen, en bovengronds. Daar tussenin is de plek van EKKO. Dat doen we ook door lokale organisators de kans geven om hier dingen te organiseren, ook omdat er bij hen veel kennis van zaken zit. Dat is ook meer van deze tijd dan dat ik achter mij laptopje zelf maar van alles zit te bedenken. Wij proberen in EKKO dingen te laten zien die je nergens ander kunt zien. We willen er vroeg bij zijn. Dat gaat ook over zaken als vormgeving. Bijvoorbeeld veel websites van andere podia lijken ontzettend op elkaar. Ik denk toch dat wij proberen om daar creatiever in te zijn. Ook willen we creatief zijn in de manier waarop je dingen promoot, zoals met posterontwerpen of door filmpjes te maken waarmee we laten zien dat wat hier op het podium staat bijzonder is.’


‘De meeste van de huidige podia zijn voortgekomen uit hele levendige omgevingen waarin artiesten, bezoekers en organisatoren door elkaar heen bewogen, het was niet zo gescheiden van elkaar. Veel clubs zijn dat in de loop van de tijd enigszins kwijtgeraakt. Datgene wat op het podium staat wordt vaak als allerbelangrijkste beschouwd. Terwijl die geest van samen doen net zo belangrijk is. De rollen van bezoekers, artiesten en organisatoren mogen best wat meer door elkaar heen lopen. Zoals ikzelf hier ook ooit de kans kreeg om dingen te organiseren terwijl ik nog van niks wist.’


‘Verder willen we ons inspannen om lokaal en internationale talent op een gelijkwaardige manier op onze agenda te zetten. Dus om een band als C’est Qui?, wat ik een van de vetste Utrechtse dingen van dit moment vind, op hetzelfde programma te presenteren als Geordie Greep, de zanger van black midi. Dat straalt ook op elkaar af, denk ik. Ik heb ook geregeld contacten met Vlaamse collega’s en die noemen een podium vaak een ‘huis’ waar je dingen doet en uitprobeert. Het gaat dan om een soort van thuisbasis waar dingen verrassen of schuren. Ik vind ‘huis’ een meer inspirerende benaming van wat je probeert te zijn of te doen.’


Het streven van EKKO om vooruitstrevend te zijn kan botsen qua concurrentiepositie ten opzichte van Amsterdam, lijkt me. Klopt dat een beetje?


‘Vaak zie je dat boekers kiezen tussen Amsterdam of Utrecht, want qua landelijke spreiding vinden ze het handig als speelplekken wat verder uit elkaar liggen. Zeker agenten die wat minder bekend zijn met Nederland zullen eerder voor Paradiso kiezen want dat staat toch wat leuker op de tourposter. En dat snap ik, voor ons is dat een gegeven. We hebben er geen last van maar het betekent wel dat we ons zo goed mogelijk willen profileren, en dat we in onze contacten met boekers en artiesten scherp moeten zijn om mee te kunnen dingen. Vaak speelt er voor hen ook een financiële overweging mee natuurlijk.’


Gevraagd naar artiesten waar Dirk echt voor warm loopt en waar hij trots op is dat hij ze geboekt heeft komt Dirk meteen met Dry Cleaning op de proppen. Hij heeft zelfs hun setlist bewaard. ‘Als programmeur boek je dingen die goed passen bij je podium en die je graag een plek wil bieden, al ga je die niet per se thuis grijs draaien. Maar elk jaar zitten er ook een paar dingen tussen waar je hart echt sneller van gaat kloppen. Dus waarbij je je programmeurschap en je liefde voor muziek helemaal tegelijkertijd kan beoefenen. Dry Cleaning was voor mij een van de eerste keren waarbij het helemaal lukte om het hier neer te zetten.’

Boven: met setlist van Dry Cleaning. Onder: 2 x Dry Cleaning live in Ekko (deze drie foto’s: Anne-Marie van Rijn)

‘Die setlist? Ach, ik ben niet het type dat avond aan avond popie jopie met artiesten in de kleedkamer hangt. Zonder jezelf te nederig te willen opstellen wil ik zo’n band wel bedanken voor het feit dat ze hier zijn, dat je ze wil laten weten dat het bijzonder voor je is. Ik druk mezelf dan liever uit in woorden dan dat ik dat per se live in de kleedkamer moet gaan doen. Dus ik schrijf af en toe een briefje dat ik vooraf in de kleedkamer neerleg. En dan spreek ik ze op de avond zelf nog wel effetjes. Die afstand vind ik ook wel prettig. Voor mij kan mijn liefhebberij voor muziek heel goed bestaan zonder dat ik per se bevriend hoeft te zijn met muzikanten. Ik vind het wel leuk om deze setlist van te hebben. Ik heb boven nog vijf van die dingen liggen denk ik. Ik heb echt niet mijn hele huis volhangen met setlists hoor.’


Als het vervolgens helemaal aan het eind van het interview gaat over de bekende Amerikaanse ’abstract hiphop-’artiest Billy Woods die in 2023 een concert in EKKO gaf, blijkt Dirk bij wijze van klap op de vuurpijl alsnog een mooie anekdote paraat te hebben.


‘Ik kwam hier aan die avond, de zaal stond vol en ik vroeg aan de stagemanager hoe het ermee stond. Toen kreeg ik te horen dat Billy Woods nog niet aanwezig was. Waarop ik zei: ‘maar de show begint al over een kwartier!’ Het bleek dat hij hier wel was geweest en gezegd had dat hij het eten wilde skippen en naar zijn hotel wilde. Hij had ook geen soundcheck gedaan ofzo. Tien minuten voor het begin kwam hij binnen, prikte zijn laptop in en dan klaar. Vervolgens na de show wilde hij wèl wat eten maar het was zondagavond en alles was al dicht. Toen is-tie achterop de fiets van de man van onze directeur nog de stad ingegaan naar de enige plek die op dat moment nog open was. Maar hij had natuurlijk nog nooit op een fiets gezeten, laat staan achterop, dus hij stond doodsangsten uit, haha. Al met al een memorabele avond.’


Tot slot, je noemde net al een paar illustere voorgangers die hun weg hebben gevonden in de popwereld. Heb je zelf ook ambities om door te groeien naar iets groters?


‘Ik heb nu het gevoel dat dit het leukste werk is wat ik ooit in mijn leven ga doen. De schaal van klein en vooruitstrevend en spannend programmeren, dat past heel goed bij de muziek ik zelf interessant vind. Van bijvoorbeeld een zaal als TiVre, waar je zeker ook vette dingen kan doen, weet ik niet zeker of ik daar gelukkig zou worden. Of ik hier dus helemaal op mijn plek ben? Ja, ik denk het wel.’

Dirk’s 20 meest memorabele EKKO-shows:

Alkerdeel – maart 2022
Anna B Savage – april 2025
billy woods – februari 2023
Birds In Row – oktober 2023
Cassandra Jenkins – augustus 2025
De Toegift – februari 2025
Dry Cleaning – april 2022
Geordie Greep – februari 2026
Goat (JP) – februari 2020
Jozef van Wissem – oktober 2022
Julia Jacklin (Jacobikerk) – september 2024 
Just Mustard – oktober 2022
Mandy, Indiana – februari 2024
Pinegrove – april 2019
Porridge Radio – april 2022
Protomartyr – september 2022
Show Me The Body – augustus 2024
St. Paul – september 2025
SUUNS – augustus 2025

Westside Cowboy (ACU) – september 2025

Dirk’s 10 all-time favourite shows, buiten EKKO:

Arcade Fire – Best Kept Secret – juni 2017

Arctic Monkeys – Best Kept Secret – juni 2013

Black Country, New Road – The Lexington, Londen – september 2021

David Byrne – Radio City Music Hall, New York – oktober 2025

Lankum – Hackney Empire, Londen – mei 2024

Feist – TivoliVredenburg – september 2023

New Order – Heaton Park, Manchester – september 2021

Oasis – Heaton Park, Manchester – juli 2025

Philip Glass Ensemble – Lowlands – augustus 2016

Pulp – Finsbury Park, Londen – juli 2023

Dirk’s 10 all-time favourite albums:

Big Thief – Capacity

black midi – Schlagenheim

Bloc Party – Silent Alarm

The Blue Nile – Hats

Cassandra Jenkins – An Overview On Phenomenal Nature

Fontaines D.C. – Skinty Fia

Joy Division – Unknown Pleasures

Laura Marling – Song For Our Daughter

MJ Lenderman – Manning Fireworks

Radiohead – In Rainbows

Op 21 april a.s staan ze in AFAS Live maar in 2018 speelde Big Thief nog gewoon in Ekko. Het was een bijzonder optreden want gitarist Buck Meek was ziek en deed niet mee. Maar geen nood: Adrianne Lenker deed gewoon zelf alle gitaarpartijen. Een half jaar later deed Buck Meek in Zaagmolen De Ster een (ook door Ekko georganiseerd) solo-optreden, voorafgaand aan een volgende Big Thief tournee. Daar bij die molen bleek Adrianne Lenker gewoon als bezoekster aanwezig. Weggedoken onder een hoodie zat ze op de grond, op de eerste rij. Omdat ze zo moe was van de jetlag sprong ze niet spontaan het podium op, iets wat de meeste aanwezigen verdomd jammer vonden.

Is Utrecht de stad van de romantiek? Je zou het wel zeggen: in Café België ontmoette Mudhoney’s Matt Lukin zijn latere vrouw Manon; in Theater Kikker sloop een smoorverliefde Catpower achter Smog/Bill Callahan aan en in het N.V. Huis (het latere Tivoli Oudegracht) ontmoette Willem van Hanegem ooit zijn Truus. Ook Ekko past mooi in dit rijtje want toen in 2013 The Babies en Waxahatchee een dubbelprogramma deden sloeg de vonk over tussen Babies-frontman Kevin Morby en Katie Crutchfield, zoals Waxahatchee in werkelijkheid heet. Sindsdien zijn ze een onafscheidelijk stelletje. In de clip doen ze een Bob Dylan-liedje, of beter gezegd vertolken ze de versie Johnny Cash & June Carter ervan.



Comments

comments