De Doelen is een ontzettend vierkante steenpuist die in de binnenstad van Rotterdam ontzettend veel ruimte inneemt. Wie er omheen wil lopen moet daar zeker 5 minuten voor uittrekken. Ooit in 1966 werd het officieel geopend door Juultje, op een moment dat Rotterdam nog volop oorlogswonden aan het likken was. Geloof het of niet, maar rondom De Doelen lag rond 1980 nog gewoon een hertenkamp, en dat pal tegenover het Centraal Station.
Je zou verwachten dat een mens als ik er in de loop der jaren tal van legendarische concerten heeft meegemaakt, het is tenslotte een modern concertzalencomplex. Maar neen, dat is niet echt het geval. Enkel de festivals Ein Abend in Wien en Pandora’s Music Box roepen speciale herinneringen op. En oh ja, ook nog een keertje soul-veteraan Al Green daar gezien, eerder deze eeuw. Ooit rond 1970 vonden er wèl tal van memorabele concerten plaats: Led Zep, CCR, Beach Boys, Aretha Franklin, Kraftwerk, Miles Davis, Lou Reed… Maar ja, toen lag deze jongen bij wijze van spreken nog in de strontluiers. Eeuwig zonde van die zaal, de mogelijkheden zijn legio, zou je denken.
Maar hey, nu ineens is Morrissey op bezoek. Hem heb ik nooit eerder mogen aanschouwen. Zijn concert van afgelopen dinsdag beschouw ik als een inhaalactie, ik wil er niks van missen en zorg ervoor dat ik stipt op tijd ben. Buiten bij de deur is de sfeer gemoedelijk, al gaan de gesprekjes om me heen meer over Feyenoord dan over Morrissey. Naast de ingang worden wachtenden begroet door een lichtbord met de mededeling erop dat behalve wapens ook vleeswaren verboden zijn. Vleeswaren?? Wie gaat dat meenemen naar een concert dan? Maar goed, ik snap dat wel. Morrissey is vegetariër en de man heeft zo zijn principes, daar moet je respect voor hebben. Toch lijkt mij deze maatregel meer van toepassing voor buitenfestivals want daar sta je nog weleens kokhalzend in de walmen van gebraden slachtafval naar frisse lucht te happen. Maar hier?

Als de deuren om 19.30 opengaan blijkt binnenstromen nog niet zo gemakkelijk. We gaan de Schipholprocedure in: op een rolband liggen van die grijze, plastic afwasteiltjes, daar mag je je smartphone, sleutels en tasjes inleggen. Iedereen moet door een poortje lopen, begeleid door vriendelijke Rotterdammers in uniform. ‘Moet ik mijn riem ook afdoen?’ vraag ik. ‘Nee hoor, meneer’ zegt een mevrouw geruststellend. Het poortje begint vervolgens niet te piepen terwijl ik toch een met ijzer beslagen riem om heb. Zou dat ding bij een stiletto of stengun in mijn binnenzak dan wel zijn gaan piepen, vraag ik me af terwijl ik mijn spulletjes weer bij elkaar grabbel.

In de Grote Zaal zoek ik mijn plekkie op, ergens hoog bovenin tegen de achterwand. Terwijl de zaal vlotjes voldruppelt wordt om 20.40 het zaallicht gedimd en weerklinkt er muziek. Teenage Lobotomy van de Ramones knalt uit de boxen! God ja, dat is waar ook, bij Morrissey wordt altijd vooraf zijn favoriete muziek gespeeld, las ik eens. Omdat ik verder toch niks te doen heb schakel ik mijn trouwe Shazam in en registreer nauwgezet alles. Dat levert het volgende lijstje op:
Ramones – Teenage Lobotomy
Ludus – Vagina Gratitude (Peel session 1982)
Generation X – From The Heart
Phil Ochs – City Boy
The Jam – Boy About Town (Alternate Version)
Anita Harris – Upside Down
Theatre of Hate – The Hop
Crass – Do They Owe Us a Living?
Burt Bacharach – Don’t Go Breaking My Heart
Georgia Dibbs- Let me Dream
David Bowie – Bombers (2021 Alternative Mix)
Lenny Kuhr – De Troubadour
Allemaal ouwe meuk dus van vóór 1985. De keuze voor Lenny Kuhr valt op, een Nederlandstalig liedje! Dat Morrissey een songfestival-adept is wisten we al, dus in die zin is het niet zo gek dat hij kiest voor een nummer dat in 1969 (samen met drie andere contenders) het Eurovision Songfestival won. Saillant is wel dat Lenny Kuhr de laatste paar jaar in de Gaza-discussie verzeild is geraakt. Ze bekeerde zich tot het jodendom en heeft een kleinzoon die dient in het Israëlische leger. Ook heeft ze zich pro-Israël uitgesproken. Dat was voor anti’s weer reden om een optreden van haar in Eindhoven te verstoren. Onlangs besloot ze zelfs naar Israël te emigreren. Zoals we weten is Morrissey een behoorlijk rechts wappie geworden, en Israël heeft zijn steun. Niet uit te sluiten valt dus dat het naar voren schuiven van Lenny Kuhr een bewuste keuze van hem is. Beetje provoceren die stomme Hollanders, zal hij gedacht hebben.
Afijn, al snel daarna gaat het zaallicht helemaal uit en krijgen we bewegend beeld te zien, geprojecteerd op het grote scherm achter het podium. We gaan clippies kijken, gezellig! Terwijl het volume verder opgeschroefd wordt kijken we naar de epische bombardement-scène uit Apocalypse Now. Gelijktijdig schalt uit de boxen Search and Destroy van Iggy and The Stooges. Smaakvol! Op deze plek gaan de gedachten als vanzelf even terug naar de meidagen van 1940. Van de volgende songs zien we clips voorbijkomen, alle van een tamelijk armzalige videokwaliteit:
Iggy & The Stooges– Search and Destroy
Sigue Sigue Sputnik – Everybody Loves U (Winnerlove)
Ramones – She’s The One
Kid Creole & The Coconuts – My Male Curiousity
Little Tony – Cuore Matto
Gene Pitney – Billy You’re My Friend
Barbara Lynn – You’ll Lose A Good Thing
New York Dolls – Looking For A Kiss
Sham 69 – If The Kids Are United
The Runaways – Cherry Bomb
Judy Garland – Ol’ Man River
Marlene Dietrich – Where Have All The Flowers Gone?

Nog meer ouwe meuk dus. De jeugd schittert vandaag door afwezigheid en geef ze eens ongelijk. En dan… is het tijd voor Het Fenomeen. Onder luid gejoel betreedt Hij het podium. Allemachtig, wat een kutplek heb ik toch, en dat voor 75 euro. Een verrekijkertje was geen overbodige luxe geweest. Toch heb ik het beter getroffen dan de mensen die beneden op de eerste 20 rijen zitten. Omdat er pakweg 200 man tegen de podiumrand aangedrukt staan zien zij niks en moeten zij óók gaan staan. En dat met hun peperdure tickets. Hihi, komen die effe van een kouwe kermis thuis!
Met het klassieke werk van The Smiths dat voor eeuwig in mijn kop gebeiteld zit is het effe flink wennen aan het geluid dat Morrissey’s jonge begeleidingsband voortbrengt. Drie gitaristen, een powerdrummer en een toetsenist… samen zetten ze een stevig muurtje van geluid neer. Van het lichtvoetige en sprankelende indie-geluid waar The Smiths ooit patent op hadden is niks meer over. Daarvoor in de plaats krijgen we een traditionele rocksound, inclusief ouderwetse gitaarsolo’s. Het wekt verbazing dat Morrissey, die toch de eindbaas is van dit alles, het tot zoiets smakeloos heeft laten ontsporen. Zijn zang daarentegen is nog net zo hoogstaand fraai en melancholisch als vroeger, dat dan weer wel…
Drie oude nummers van The Smiths horen we voorbij komen. How Soon is Now, A Rush And A Push And The Land Is Ours en als (enige) toegift There’s A Light That Never Goes Out. Deze laatste schijnt hij de laatste tijd vaker te spelen als toegift. De tekst ervan klinkt lekker hoopgevend en optimistisch, er gaat een universele kracht vanuit. Een troostlied voor de verschoppelingen der aarde. Ja, vermoedelijk heeft het heeft de potentie om uit te groeien tot een tophit in de begrafenis- en crematie-Top 10. Of zou dat allang aan de hand zijn? How Soon Is Now klikt redelijk als het origineel, totdat de drummer op het eind met grote knotsen op een grote trommel gaat slaan. Bombast en popmuziek, een afgrijselijke combinatie!



Een mooi primeurtje hebben we ook deze avond. Want een mij onbekende, proggy klinkende compositie blijkt achteraf een cover te zijn van Roxy Music. Amazona heet het, afkomstig van een plaat die ik niet ken, hun derde album Stranded. Gauw eens luisteren dan maar. Ook nieuw: een paar weken terug had Morrissey twee nieuwe liedjes op de wereld losgelaten, Make-Up Is A Lie en Notre Dame. En verdomd, deze twee klinken wèl simpel, speels en elegant. Hij kan het kan dus wel! Wat mij betreft horen ze tot de schaarse hoogtepunten van de avond. Overigens komt volgende week zijn nieuwe album uit, en die gaat ook Make-Up Is A Lie heten. Amazona staat daar ook op en is sinds gisteren op Spotify te beluisteren.
Ondertussen klapt en joelt het volk om me heen braaf na ieder nummer. Grappig, het handjevol Britten dat her en der zit is makkelijk herkenbaar. Zij gaan staan, slaan de armen om elkaar heen en zetten het al meezwaaiend op een luid meebrullen. De teksten zijn voor hen een eitje, die kennen ze gewoon allemaal. Tegen dit soort uitbundigheid steken de Hollanders schril af. In hun schutkleurenkledij blijven ze massaal in het rode pluche hangen. Ze kijken het aan, zitten alles te filmen met hun smartphone en sjokken af en toe weg om een drankje te halen bij de bar, buiten de zaal.
Bijzonder aan Moz is zijn communicatie met het publiek. Als hij zingt lijkt dat nog redelijk normaal. Hij zoekt dan de voorste rijen op, deelt links en rechts low-fives uit en zingt wat gezongen moet worden, de kinnebak iets omhoog. Tussen de nummers door zijn zijn gevat bedoelde opmerkingen lang niet altijd te verstaan, terwijl hij op zijn beurt opmerkingen uit het publiek niet begrijpt. Omdat zijn band er steeds meerdere seconden over doet om een nieuw nummer in te zetten, vallen er ongemakkelijke stiltes. Op zulke momenten wandelt hij nog maar eens vertwijfeld richting achterkant podium. Nee, echt gesmeerd verloopt dit niet.

Het is een jonge Jack Kerouac die we op zijn T-shirt zien (foto: Dave Geensen)

Tegen het einde begin ik me zowaar happy te voelen dat ik niet vooraan sta. Moz heeft dan zijn omvangrijke, zweterige en 66-jarige bovenlijf ontbloot. Je zou er maar tegenaan moeten kijken. Een nat shirt slingert hij de zaal in, opgevangen door een woud aan gretige handen. Tijdens het toegift herhaalt hij deze frats. Met een ander shirt weliswaar, maar dat had je al begrepen hè?
Op de weg terug in de trein ga ik alles nog eens grondig overdenken. Hoe beviel nou de kennismaking met het fenomeen? Toch een beetje ambivalent denk ik. Heeft hij er een fan bij? Nee, dat zeker niet. Heeft hij mijn respect behouden? Ja, dat zeker wel. Het is en blijft een charismatisch zanger, daarvan zijn er niet zoveel meer. Stoor ik me aan zijn wappie-dom? Nee, van deze excentriekeling kun je zoiets goed hebben. En zijn ‘extreme’ veganisme, heb ik daar ook al een mening over? In De Telegraaf las ik daar een leuke anekdote over. In een interview had hij opgemerkt dat er één uitzondering denkbaar is waarbij vlees wel acceptabel is. ‘Alleen als ze het hoofd van Elton John op een schaal serveren,’ had hij gezegd. Geweldig toch?

