Motel Mozaique 2026 zoekt haar eigen weg


Met een aantal foto’s van de Bramster

Vorig jaar stond er een interview in de Volkskrant met de twee nieuwe programmeurs van Motel Mozaique, Enoma Amayo en Margriet Colenbrander. Twee dames zijn het, naar eigen zeggen moeten we hun aanstelling zien als een doorbraak. Want meestal zijn boekers en programmeurs kerels die doorgaans een vrouwelijke assistente hebben. Zo traditioneel! Interessant is ook dat het tweetal in de hiërarchische popwereld een paar in hun ogen typisch mannelijke waarden herkennen, zoals met name de nadruk op geld, succes en groei. In hun ogen kan het anders. Zoals meer belang toekennen aan zaken als ‘mentale gezondheid, gelijkwaardigheid en onderdeel zijn van een collectief.’

Uiteraard gaan we de dames hier niet afrekenen op hun voornemens want daarvoor zitten ze er nog te kort. Toch is het interessant om te bekijken of er al sporen van koerswijzigingen zichtbaar zijn bij deze 26e editie van dit immer vriendelijke Rotterdamse festival. Welnu, wat allereerst opvalt is het ontbreken van grote namen, van aansprekende headliners. Waar er in vroegere dagen tal van knallers op het affiche prijkten (zoals Big Thief, LCD Soundsysten, Nancy Sinatra, Antony & The Johnsons, The Chins, The Kills, Mumford & Sons, etc ) daar moet het publiek het nu doen met een massa (vrijwel) onbekenden. Verder lijken vrouwelijke artiesten goed vertegenwoordigd, afgaande op een blik langs de website-foto’s.

Op het biootje van THE ORCHESTRA (FOR NOW) staat trots vermeld dat ze in de Windmill-pub in Brixton gespeeld hebben. Jaja, die lokatie op je CV is de laatste jaren een kwaliteitsgarantie op zich. Die tent is het CBGB’s of de Haçienda van de jaren ‘20, zo lijkt het wel. Wie er ooit een voet over de vloer heeft gezet heeft zal voor eeuwig bewondering oogsten. Enige gezonde scepsis is daarbij wel op zijn plaats, dunkt mij. Maar wat dacht je, mooi dat The Orchestra (for now) er ècht wel mag wezen. Eigenlijk laat The Orchestra zich onmogelijk met iets ander te vergelijken: het is een mengeling van pianorock/ prog / baroque pop/ indie / avant-garde. Even jong als kundig zijn ze. Dit zesmansgezelschap lijkt heeeeel precies te weten wat ze willen en zo musiceren ze ook. Ongetwijfeld muzikaal goed geschoold. Een violiste en een cellist geven het een heel eigen geluid mee. Net als Joost Klein of Ronald Visser is de zanger op een leuke manier vervelend, hij krijst zijn nummer-aankondigingen eruit en aan het eind gaat hij zeker vijf minuten obstinaat onder zijn piano zitten, een jasje over zijn kop getrokken. Kijk, this is how legends are born! For my taste neigt het echter soms iets teveel naar de Radiohead en Coldplay, al zullen zij zelf dat wellicht opvatten als een ernstige belediging. In dat geval: sorry guys, ik bedoel het goed!

The Orchestra (for now) in Rotown

‘Blue Eyed Soul’ is een in onbruik geraakte genre-aanduiding. Typische eind jaren 60 / begin jaren 70 muziek is het, waarbij witte musici een soulgevoel in hun rock wisten te stoppen. Het is relaxte, ambachtelijk gemaakte, licht melancholieke gas-terugmuziek. Van Morrisson, Joe Cocker, Dusty Springfield, Simply Red… Goat’s Head Soup van The Stones is er een schoolvoorbeeld van. Aan dat album hoor je gewoon dat ie zittend gemaakt is. Leuk is het daarom om er anno 2026 achter te komen dat een hedendaags figuur als TYLER BALLGAME brood in het genre ziet. Zijn debuutalbum For The First Time, Again verscheen onlangs op Rough Trade en is geproduceerd door Jonathan Rado, ooit lid van de onvolprezen indie-band Foxygen.

In de Arminiuskerk zijn Tyler (een Amerikaan die eigenlijk Tyler Perry heet) en zijn begeleidingsband goed op hun plek. Met klapperende oren sta je naar zijn zachtaardige doch gloedvolle, ja goddelijke stemgeluid te luisteren. Daarmee weet hij moeiteloos de hoogste regionen aan te tikken. Een nachtegaal is er niks bij, en zelfs Roy Orbison moet zijn best doen. Tijdloze muziek is het, een onbetwist hoogtepunt van het festival. Een covertje van Without You van Harry Nilsson is zowel de uitsmijter, als een dappere proeve van zijn kunnen, als een iets te gemakkelijk applausvergaardertje.

Boven: Tyler Ballgame in Arminius. Onder: Tyler is flink in zijn nopjes met zijn debuutalbum (foto: Rough Trade)

In Rotown speelt voor de eerste keer MY FIRST TIME. Brutale en degelijk gespeelde indierock van een prima niveau waar echter weinig origineels aan te ontdekken valt. Centraal voorin staat het zoveelste ‘begenadigde’ Britse zangertje dat ons wel even komt vertellen hoe de wereld in elkaar zit. Uiteraard vliegen daarbij de fucks en de fuckings je om de oren. Dertien in een dozijn bandje. Bassiste lijkt op Astrid Kersseboom. Geil!

My First Time in Rotown

Dan de GROTE GEELSTAART. Deze vijf immer studentikoos geklede en wit uitgeslagen Zeeuwse bolussen lijken wel constant op tournee. Ze spelen waar ze spelen kunnen, geen shithole wordt overgeslagen. Daarbij beschikken ze over een bewonderenswaardige, on-Nederlandse Sturm und Drang (niet voor niks is dit een uit een andere taal geleende uitdrukking). Verder lijkt het wel of ze het tempo van hun songs steeds meer aan het opvoeren zijn, meestentijds met twee drummers .Een ware muzikale dollemansrit in de Python is wat we voor onze kiezen krijgen. Alles op breakneck speed, het grenst aan het roekeloze en het maniakale. Up-tempo prog, zou ik dit willen noemen, alsof een stel speedfreaks er genoegen in schept om ouwe shit van Yes, King Crimson en Genesis door de hardcore-mangel te halen.

Grote Geelstaart in WORM

Een ondergeschoven kindje bij de Gelies vormen de vokalen. Dat ze Nederlandstalig en poëtisch doordacht zijn is prachtig, alleen ze hangen er een beetje bij. Moeilijk verstaanbaar zijn ze en ze worden voornamelijk gedeclameerd. Even constructief meedenken: wat hun muziek naar een hoger plan kan tillen zijn glorieus uitgebrulde onzin-chants die goed aansluiten bij hun eigen leefwereld. Dus tekstregels als : ‘De hospita heeft me eruit geflikkerd!’ of ‘Van Reijnst moet op de bangalijst!’ of ‘There’s a bomb in my ship!” of ‘Vlissingen, make it happen!’ of .. whatever. Mogen ze zo gebruiken! Overigens, sinds een paar dagen staat op Spotify hun nieuwste nummer Vracht 7 te beluisteren.

Pas drie singles uit hebben en dan al uitgebreid op een internationale tournee, is dat mogelijk? Ja hoor, kijk maar naar MAN/ WOMAN/ CHAINSAW. Ze opereren vanuit Londen en dat is een veelzeggend feit want alleen vanuit het hart van de muziekindustrie is zo’n droomkickstart denkbaar. De buzz die deze band al een tijdje omgeeft wekt de nodige nieuwsgierigheid op en in de Armnius kunnen we ons ervan vergewissen. Nou, kort gezegd worden de hooggespannen verwachtingen niet waargemaakt. De zes jonge Britten -twee gozers en vier meiden- lijken me gezellige lui en ze weten best wel een aardige set neer te zetten. Optimistisch getoonzette liedjes waarbij een violiste bescheiden puntjes op de i zet. Daar staat tegenover dat hun indie-pianorockdeuntjes maar lastig willen beklijven, eenmaal uit de kerk ben je alles alweer vergeten. ‘Inwisselbaar’ is hier de van toepassing zijnde uitdrukking, een beetje de Familie Doorsnee dus.

Man / Woman / Chainsaw in Arminius


Een stuk origineler gaat het eraan toe bij het Franse kwartet 15.15 (spreek uit quinze quinze) dat in Worm staat. Het begint ermee dat ze over een tafel gebogen staan en daarbij al blazend muziek toveren uit bierflessenhalzen. Gevieren gaan ze vervolgens aan de haal met beats en neusfluiten en elektronica, en twee ervan doen de zang. Dat zingen wordt echter geen moment rappen, het zijn meer lieflijke klaagzangetjes, vermoedelijk nauw samenhangend met de Polynesische roots van de twee. Stel je toch eens een tropisch eiland voor, zeggen ze, en eindeloze witte stranden. ‘s Nachts moet je er wegblijven want dan heersen er ‘evil spirits.’ Oei oei, weten we dat ook weer! Toch is een half uurtje van 15.15 (15 + 15 = 30 tenslotte) wel weer genoeg, want zo geweldig zijn ze nou ook weer niet. Een speciale vermelding is er nog voor het schoeisel van de twee. Want sokken in (doorzichtige) sandalen mogen bij ons dan wel synoniem zijn aan wansmaak, daar in les banlieues van Parijs maak je er kennelijk de blitz mee. En zei ik sandalen? Dat zijn waterschoentjes hoor hee, fluistert de Bramster mij bestraffend toe. En aangezien hij nou eenmaal bij uitstek fashion-conscious is geloof ik hem op zijn woord.

15.15 in WORM

Van MANDY, INDIANA weten we nog, van een jaar of twee terug in Ekko, dat ze graag op in duisternis gehulde podia staan. Vandaar dat we ons dit keer in Rotown tijdig vooraan geposteerd hebben, want dan zie je nog eens wat hè? Net zoals dat het geval is/was bij Stereolab en Savages is de dienstdoende zangeres een Française die ooit in London haar heil is gaan zoeken. Valentine Caulfield heet ze, haar teksten zijn ook nog eens grotendeels in het Frans. Tegen het decor van de loeiharde noisy soundscapes van haar band werkt hun samenwerking op de een of andere manier parfaitement.

In Rotown komen we erachter dat Mandy, Indiana vooral een hardwerkende band is. Wat in het donker van Ekko nog leek op machinaal voortgebracht geluid, dat blijkt in het echt te bestaan uit vooral veel ambachtelijk gegenereerd trommel- en gitaarwerk, voortdurend zwaar gemanipuleerd met behulp van effectapparatuur en andere electronica. Valentine zelf laat zich ook niet onbetuigd. Met veel flair, klasse en stijl gooit zij haar hele hebben en houwen in de strijd, waarmee we getuige zijn van een zeer gepassioneerd optreden. Echt een band met lef en ballen, dit kun je alleen maar hoog aanslaan!

Ook komen er nu emoties bij kijken. Tussen de nummers door houdt Valentine tot twee keer toe een hartstochtelijk betoog, waarbij het o.a gaat over geweld tegen vrouwen. Ze roept de mannen in de zaal op om toch in godsnaam niet langer passief toe te zien als ze zoiets meemaken. Okay Valentine, dat knopen we in onze oren. Toch blijft het raar dat zij die oproepen staand in het donker doet. Tot de eerste tien rijen dringt de boodschap wel door, maar achterin horen we het geroezemoes alweer ernstige vormen aannemen. Zooo zonde. Daarom ook een emotionele oproep van de Kettingzaag aan Mandy Índiana: knal de volgende keer gewoon toch alle lampies aan, merde nog an toe!


2 x Mandy, Indiana in Rotown

Niet een maar twee gesigneerde exemplaren van Mandy’s laatste album URGH. Net als bij Gilla Band, Grote Geelstaart en Model/Akrtiz zijn het platen die je graag in huis wil hebben maar die je uiteindelijk nauwelijks draait. Gek hè.
.

Al met al was het weer een mooi en sfeervol Motel Mozaique, ofschoon de weinig spectaculaire bezoekersaantallen de organisatie niet helemaal tevreden zullen stemmen. Benieuwd of men de volgende keer toch maar weer met knallende namen zal komen, al is dat ook een budget-kwestie natuurlijk.

Ook gezien: de Burundi-beat van BCUC uit Soweto in Theater Rotterdam. De naam staat voor Bantu Continua Uhuru Consciousness

Ook gezien: Rival Consoles in Theater Rotterdam. DIY EBM-techno?

Comments

comments