‘Goedenavond allemaal, wat heel lief dat jullie er zijn,’ zegt de zanger in het Nederlands met een niet eens zo’n vet Engels accent. Wel opmerkelijk zo’n aankondiging, 98,3 % van de hier optredende buitenlandse bands komt immers nooit verder dan het obligate dankjewel. Maar deze zanger/gitarist heeft overduidelijk zijn best gedaan om een gaaf contact met met het publiek mogelijk te maken. En dan is hij ook nog eens een ouwe knakker die over 1965 praat alsof het gisteren was. Over wie hebben we het hier? Over de 78-jarige Cyril Jordan, oerlid van de FLAMIN’ GROOVIES, een garageband uit San Francisco. Al 60 jaar een goed bewaard gebleven geheim en dat is maar goed ook. Voor twee optredens zijn de Groovies in Nederland, in dB’s te Uutje en in Café Wilhelmina te Eindje.
Met hun eigen variant op rootsy en Stonesey-gitaarrock sloegen de Flamin’ Groovies van 1965 tot 1981 om zich heen, om daarna in verjongde samenstellingen enkele malen reünietjes te houden, zoals ook deze tournee. Een zestal LP’s scheidden ze in hun piekperiode af en op elk ervan stonden wel een paar potentiële klassiekers. Het punt was alleen dat die de oren van het grote publiek nauwelijks wisten te bereiken. Flamin’ Groovies zijn niet voor niets one of the best bands you’ve never heard of. Een definitieve verzamelplaat zou goed op zijn plek zijn denk ik weleens in een romantische bui. Het zou moeiteloos dezelfde status kunnen vergaren als Singles Going Steady van de Buzzcocks.


‘Shake Some Action’ verscheen in 1976 en werd geproduceerd door Dave Edmunds. De hoesfoto is van de Nederlander Armand Haye. De man in het midden is Cyril Jordan.

Deze poster is uit 1976, het jaar waarin ‘Shake Some Action’ uitkwam. Opvallend: bijna precies een halve eeuw geleden werden ze al ‘legendarisch’ genoemd! Met links op het fotootje Cyril Jordan.
In dB’s komen ze wat moeizaam uit de startblokken. De eerste paar nummers worden wat futloos en te traag gespeeld. ‘You Tore Me Down’ hoort een knaller te zijn maar komt niet goed uit de verf. Qua zang speelt de leeftijd van Cyril Jordan hem duidelijk parten. Maar gaandeweg lijkt de band zich te herpakken, vooral omdat de andere gitaristen en drummer zangpartijen voor hun rekening gaan nemen. In contrast met zijn vocale prestaties is het gitaarspel van Jordan van een uitstekend niveau, wat dat betreft lijkt hij hèt nog helemaal te hebben. Mooi om te zien en te horen hoe de ene lick na de andere volkomen naturel uit de knokige vingers van zo’n veteraan vloeit. En dat geheel zonder gebruik van plectrum, merkt een oplettende bezoeker na afloop nog op. Knap!
En passant gooien de Groovies er een paar covertjes doorheen en die doen wat overbodig aan. Don’t You Lie To Me van Chuck Berry (zegt Jordan, maar in werkelijkheid al ouder en van Tampa Red), Have You Seeen My Baby van Randy Newman, Married Woman van Frankie Lee Sims en Misery van los Beatles. Maar ja, dit zijn wel songs die al jaren op hun repertoire staan, dus feitelijk hebben ze die zich eigengemaakt, als het ware. En oogstte laatst in Paradiso Ron Wood (sinds drie weken plotseling weer ‘Ronnie Wood’ geheten) niet met een zeer vergelijkbaar concept nog het gulle applaus van de voltallige vaderlandse muziekpers? Immers, ook Wood speelde veel covers, ook hij heeft nauwelijks een stem over, ook hij was schaamteloos nostalgisch ingesteld en ook bij hem was het pretentieloosheid troef. Het enige verschil met de Groovies was -afgezien van de 15 x zo hoge entreeprijs- dat Wood zich vocaal liet ontlasten door twee rondborstige zangeressen, een lot dat ons in dB’s goddank bespaard blijft.


Links Cyril Jordan

En dan dat uiterlijk van Cyril Jordan. De sporen van 50 jaar drugsgebruik hebben duidelijk hun sporen nagelaten in zijn lichaam. Hij is namelijk jaloersmakend slank, inderdaad ook al net zoals Ronnie Wood. Tezamen met een antieke bril en een goed zittende pruik maakt het hem tot een intrigerende verschijning. Mooi om te zien ook is dat de Groovies verdomd veel leut hebben onder elkaar. Als de ouwe Jordan er tussen de nummers door wat sappige one-liners of mini-anekdotes uitgooit slaan ze elkaar hikkend van het lachend op de schouders. Jawel, die Cyrlil Jordan is nog heerlijk scherp van geest, en ook zo lekker nonchalant. Daarmee moet het leuk rondtoeren zijn.
Als er een tweede toegift afgesmeekt is (het wordt ‘Slow Death,’ prachtig dat ze deze anti-drugs klassieker ook nog effe spelen) richt Jordan zich eerst tot het publiek. ‘Goed, we spelen er nog eentje, daarna is het afgelopen en moeten jullie naar bed,’ grapt hij, wederom in werkelijk uitstekend Nederlands. Huh, heeft deze man een tijd in Nederland gewoond ofzo? Of is-tie misschien getrouwd met een Hollandse? Voormalig Zager der Wolfshund is stagemanager deze avond en is zo vriendelijk om het in de kleedkamer na te vragen. En wat blijkt? Cyril Jordan is van Nederlandse komaf. Zijn ouders woonden in Soerabaja en zijn na de oorlog naar Amerika verhuisd, alwaar hij werd geboren. Bijzonder! Als ik online nog effe doorsnuffel kom ik diverse artikelen tegen die dit verhaal bevestigen. Hij is trots op zijn afkomst en bluft er graag een schepje bovenop: ‘Mom used to go crocodile hunting at midnight in the jungle when she was a teenager with her parents.’ Okay Cyril, heel spannend allemaal maar nou mot je ophouden!


Nog meer razend interessante wistjedatjes:
- de drummer. De man achter de kit in dat witte, met vierkante polka dots bedrukte bloesje is Tony T. Sales, de zoon van bassist Tony F. Sales. En dat is weer de man die samen met zijn broer Hunt Sales de wa-wa-waanzinnige ritmesectie vormde van Iggy Pop’s Lust for Life, zowel de single als de hele LP . Vóór Iggy (zeven jaar ervoor om precies te zijn) maakten de Sales Brothers een tijdje deel uit van Todd Rundgren’s begeleidingsband ten tijde van Runt, en erna van David Bowie’s Tin Machine.
- de tekenaar. Nog een mooie Todd Rundgren connectie: zowel de hoes van het debuutalbunm Supersnazz van de Flamin Groovies (1968) als de achterkant van de hoes van Todd Rundgren’s Runt (1970) zijn getekend door illustrator Bob Zoell (zie onder).

- de gitaar. Cyril Jordan bespeelt een bijzondere gitaar gemaakt van doorzichtig materiaal. Of beter gezegd hebben we hier van doen met zijn ‘iconic see-through Dan Armstrong guitar.’ Jordan is duidelijk zuinig op zijn spulletjes want dezelfde gitaar als waarmee hij op de hoes van Teenage Head uit 1971 zit te pronken (zie onder) heeft hij nu nog steeds in zijn handen!


- het voorprogramma. De drie jonge Utrechters die samen The Hook vormen moest ik helaas missen maar gelukkig kon ik er bij wijze van schrale troost een professioneel gemaakt fotootje van bemachtigen

Met dank aan Barry H. en Wouter V. S.
