Verslagje van Grauzone, editie 2026


Wie het Grauzone van pakweg vijf jaar geleden vergelijkt met de huidige editie moet vaststellen dat er iets wezenlijks veranderd is. De argeloze bezoeker van destijds kon zich soms voelen al een kat in een vreemd pakhuis tussen al dat vleermuizengepuis. Een dergelijk outsider-gevoel zal je anno nu niet meer zo gauw overvallen. Daarvoor is Grauzone vooral veel breder geworden. Met 7000 verkochte kaarten is het drie dagen lang volle bak en (tot op zekere hoogte) voor elk wat wils. Dus hup, voor de draad ermee. Hoe was het bij Grauzone, editie 2026?

De lokroep van de zwarte raaf. Iets onbestemds drijft me vrijdag al vroeg naar de Grote Zaal van het Paard alwaar Lydia Lunch haar opwachting maakt. Vorig jaar in dB’s vergreep ze zich, samen met compagnon Marc Hurtado, aan Suicide en dat ging behalve met veel electro-kabaal ook gepaard met de nodige vuilbekkerij en middelvingers opsteken, zo’n beetje het handelsmerk van de thans 66-jarige Queen of Siam. Dit keer is ze terug met haar oude vertrouwde band LYDIA LUNCH’S BIG SEXY NOISE. En die band is nu gestript tot slechts twee man: gitarist James Johnston en drummer Ian White, allebei bekend van Gallon Drunk, een roemruchte Londense band die in de 90s zwaar indruk maakte met een geweldige sound-inclusief-sambaballen-en-orgel. Ooit reisden we likkebaardend af naar het oude Doornroosje om ze daar aan het werk te zien, maar dat is alweer lang geleden.

Lydia Lunch (foto: Grauzone)

Hoewel La Lunch ook dit keer de confrontatie met het publiek aangaat (vooral haat ze domme kerels en zij die het wagen om smartphone-foto’s te maken) ligt dit keer de nadruk toch echt op de liedjes. En het moet gezegd: die overtuigen behoorlijk! Haar teksten zijn zowaar goed verstaanbaar en de smaakvol gespeelde, in galm en distortion badende gitaarlicks maken het tot een aantrekkelijk geheel. Dus ja, op deze manier kan ze nog wel een tijdje mee. Al gaat het lopen haar zichtbaar steeds moeilijker af. De rock n roll-archivaris in mij voorziet dat dit een gevalletje van ‘doorgaan tot het gaatje’ zal worden. Ze kan ook niet anders, het is vergane glorie en levende legende in één persoon verenigd.


Thank you for listening us. We like it eh .. here,’ stamelt de toetseniste. Engels is duidelijk niet haar sterkste kant. ‘We like to be in your eh.. eh… eh… eh.. ,’ stamelt ze nog eens. . ‘Country!’ helpt de bassist haar uit de nood. Juist ja! Het publiek kan de charme van dit soort onbeholpenheid wel inzien en juicht de jeugdige band toe. Maar het blijft curieus hoe het English Proficiency-niveau zo enorm per land kan verschillen binnen de EU. Het Lyon trio EAT-GIRLS, want daar heb ik het hier over, was al enkele keren eerder op bezoek in NL en nu staan ze in de Kleine Zaal.

Behalve jong zijn deze veulens bleu, als de Seine in mei. Hun zenuwachtige heen en weer gedrentel tijdens de soundcheck vloeit bijna ongemerkt over in de eerste paar nummers die minimalistisch aandoen en aan early The XX doen denken en ook al niet probleemloos verlopen. Maar dwars door hun onwennigheid heen weerklinken verdomd leuke muzikale ideeën. Met veel speelsheid, afwisseling en charme worden die aan de man gebracht. De aandacht houden ze moeiteloos vast. De ster van de show is de bassist, met zijn blikkerige spel brengt hij Peter Hook in herinnering. Hij wordt terzijde gestaan door twee frêle dames (maar: zijn niet alle Franse dames frêle?) die zang en keyboard- en gitaarpartijtjes inbrengen en dat afwisselen met al even onwennige dansjes. Leuke band waar we nog eea van kunnen verwachten, mais actuellement ne pas vraiment prêt pour les grands travaux.

eat-girls

Een tegenvallertje is het Canadese SLASH NEED in het heerlijke rockcafé De Zwarte Ruiter aan de Grote Markt. Stoere verhalen op de Grauzone-website over performance art dat uitmondt in een uitdagend spektakel worden niet waargemaakt. Wel krijgt het publiek een amorfe bak ‘industrial electronic’ beukmuziek toegediend. Het podium is daarbij in duisternis gehuld. Nogal fantasieloos hebben stroboscopen en rookmachines vrij spel. Wie goed kijkt ziet temidden van dit helse geweld een paar types met veel schmink op en met panties over hun kop getrokken op en neer springen en dingen in de microfoon roepen. En dat is het dan zo’n beetje. De concertzaal als spookhuis. Alleen voor liefhebbers van het genre, zullen we maar zeggen.


Op zaterdag is het DITZ die het spitz afbijt. Deze queer-rockband uit Brighton stond drie jaar terug ook al op Grauzone, destijds in de kelder van een kunstruimte. Oordoppen waren destijds een eerste vereiste want jezus christus, wat een aanslag op de trommelvliezen was dat. Al gauw wordt hoorbaar en zichtbaar dat DITZ sindsdien grote stappen heeft gemaakt. Ze weten nu hoe ze een profi show moeten neerzetten (is ook niet zo verwonderlijk als je net een wereldtournee hebt gedaan als voorprogamma van Idles) en in hun muziek zit nu veel meer dynamiek en afwisseling ingebouwd. Dus is het een goeie live-band? Ja, dat zondermeer. Maar of DITZ ook in staat is om memorabele liedjes af te scheiden met de potentie van klassiekers waag ik te betwijfelen. Met een zanger die immer gekleed in een jurk optreedt is het vooral een band met veel attitude. Hun confrontatie-muziek is niet bepaald iets wat je thuis nog eens voor je plezier opzet.

Ditz

Dan PIXEL GRIP. Een donkerzwoele party-band à la Sextile. In eerste instantie wordt alle aandacht opgeëist door zangeres Rita Lukea. Gehuld in een ingenieus gedesignd cyber-kruippakje trekt ze alle aandacht naar zich toe. Maar al gauw verleg je als toehoorder je aandacht naar haar band, en die bestaat uit links een gay biker op toetsen en rechts een innovatieve death disco-drummer. Vooral zijn toetsenwerk is om te smullen, de warme soul die eruit oprijst maakt het meer dan onderscheidend. De gedachten gaan onwillekeurig terug naar Dave Ball (God hebbe zijn ziel) die er in Soft Cell mee pionierde , ook hij grossierde in van die onderhuids broeiende, botergeile klanken.

Pixel Grip

Voor flink wat bands die op Grauzone optreden betekent het hun Nederlandse debuut. Zo ook voor DIE SPITZ (spreek uit Dij Spitz), een meidenband uit Texas die getekend heeft bij Jack White’s Third Man Records en daar vorig jaar een album uitbrachten. Als ze voorafgaand aan het optreden de techniek op orde staan te brengen ontwaren we vier jonge, frisse meiden die lekker ‘normaal’ ogen. Eentje, de zangeres zou later blijken, heeft een volle bos krullen en maxi-rok aan. Wat gaan we nou krijgen? Country? Een soort Dixie Chicks wellicht? Mis poes! Al meteen bij aftrap is het duidelijk: het is Black Sabbath en alles wat daarna kwam aan keiharde rock wat de klok slaat. De gitariste slaat zelfs aan het grunten.

A-typische heavy metal-zangeres klimt van bar naar eerste rang


Ondanks de bomvolle zaal wordt al snel duidelijk dat Die Spitz wel voor hetere vuren heeft gestaan, bijna routineus nemen ze de boel op sleeptouw. Althans dat proberen ze. Maar geplaagd door een beroerd zaalgeluid (vast weer zo’n band die er op staat dat er een eigen geluidsmens meekomt, met alle gevolgen van dien) en door het ontbreken van instant-pakkende tunes wil het optreden maar geen vleugeltjes krijgen. Oftewel: de mosh-pit bleef leeg. Bonuspunten zijn er nog te vergeven voor hun politieke stellingname. Tussen twee nummers door staan ze even stil bij de gebeurtenissen in Amerika. Dat vinden ook zij maar helemaal niks. ‘Please don’t hate us,’ zegt de gitariste bedremmeld, de schat. Toch in zekere zin een soort Dixie Chicks dus… Al op 15 februari speelt Die Spitz nogmaals, in de Tolhuistuin, als goedmakertje voor het feit dat hun Paradiso-gig van afgelopen zomer werd gecancelled. Leuk voor hen, maar toch vermoed ik dat Die Spitz beter op zijn plek is bij Roadburn.


Het verhaal van JEHNNY BETH mag genoegzaam als bekend worden verondersteld. De geboren Française (echte naam Camille Berthomier) probeerde eerst in haar thuisland aan de bak te komen. Samen met haar vriendje Johnny Hostile (echte naam Nicolas Congé) brachten ze onder de naam ‘John & Jehn’ twee indie-albums uit. Kettingzager de Bramster dook ooit al eens in deze bijzondere geschiedenis, zie hier . Een jaar of twintig geleden trokken ze naar Londen om daar hun geluk te beproeven. En rond 2012 was zij plotsklaps de bom als zangeres van postpunk-meidenband Savages. Savages maakte destijds diepe indruk met memorabele en explosieve shows, maakte twee dito albums (onder productionele leiding van Johnny) en implodeerde vervolgens. Daarna probeerde Jehnny er een mooi vervolg aan te rijgen met o.a een gedurfde doch half geslaagde soloplaat en een gewaagde doch half geslaagde duetplaat met Bobby Gillespie. En nu is ze op haar schreden teruggekeerd, toch weer met die beproefde rocksound.

John & Jehn

En toch hè… bam! In het Paard wordt het publiek er weer even aan herinnerd wat een geweldige performer Jehnny Beth is. Terwijl haar band, drie kerels dit keer, onverdroten doorrockt en de nummers van haar eind 2025-plaat You Hearbreaker, You speelt, lijkt het haar geen enkele moeite te kosten om de zaal in een mum van tijd om haar vinger te winden. Hoe dat ze dat toch? Aan haar mooie koppie en aan haar kenmerkende stem alleen kan het niet liggen. Haar ervaring als actrice (ze was ondermeer te zien in arthouse-hits als ‘Les Olympiades’ en ‘Anatomy of a Fall’) zal meehelpen. Verder ziet ze er zeer stijlvol uit met strak naar achter gebonden haar en met borsten die pront vanachter een wit doorschijnend truitje nieuwsgierig en behaloos het publiek inloeren. Als ze tegen het eind haar band voorstelt komt er een mooie aap de mouw: de gitarist links is Johnny Hostile! Zo lijkt er een cirkel weer rond te zijn. Viva la Rock! Zondermeer een indrukwekkend optreden, ook al wordt er opzichtig teruggegrepen naar een eerdere succesformule.

Vroeg op de zondagavond staat BUDGIE op het programma. Zoals bekend maakte deze drummer (echte naam Peter Clarke) in de vorige eeuw deel uit van Siouxsie and The Banshees en ook van zij-project The Creatures. Het gekke is dat de platen van van The Banshees gestaag wegzakken in het collectieve geheugen terwijl een andere collaboratie van Budgie van destijds hem een daadwerkelijk klassieke status heeft opgeleverd. We hebben het natuurlijk over Cut van The Slits dat (laten we eerlijk zijn) het vooral moet hebben van zijn prominente, innovatieve en zeer smaakvolle punkfunk-drumsound. Toch is Siouxsie Sioux in vleermuisgelederen een stijlicoon van jewelste en staat hij dus vandaag vooral als ex-drummer van The Banshees in het spotlicht.


Dat Budgie te gast is bij Grauzone is niet zo uniek als het misschien lijkt want precies drie maanden geleden was hij nog te gast bij Crossing Border, ook in Den Haag. In de tussentijd gebeurde er echter iets tragisch, iets dat hem doet besluiten het dit keer heel anders aan te pakken. Wat gebeurde er dan? Op 15 januari overleed Kenny Morris, zijn voorganger op de drumkruk bij Siouxsie and the Bansees. Voor Budgie reden genoeg om nu met een eerbetoon aan Morris te komen. Volkomen op zijn gemak vertelt Budgie het toegestroomde publiek in Het Koorenhuis dat hij warme gevoelens koestert jegens Morris, al hadden ze al lange tijd geen contact meer. Na zijn Banshees-periode was Morris in zijn geboorteland Ierland verzeild geraakt en had daar o.a wat kortfilms gemaakt. Deze films zijn nu het basismateriaal bij een korte performance van Budgie, ‘In Memory of Kenny Morris’ geheten. Tegen een decor van bewegend beeld en met een soundscape dat uit de boxen borrelt drumt hij soepel zijn kenmerkende drumspel. Conclusie: hij kan het nog steeds. Check.

Budgie legt uit wat hem beweegt


Overigens, dat Budgie zowel bij Crossing Border als bij Grauzone verschijnt heeft alles te maken met het verschijnen van zijn boek ‘ The Absence: Memoirs of a Banshee Drummer.’ Ter promotie deed hij bij beide festivals een Q&A-sessie en ook zal hij vast wat persdingetjes gedaan hebben. Cru feitje is dat ook Kenny Morris aan zijn memoires werkte. Gezien zijn verscheiden is het de vraag of die ooit nog gaan verschijnen.


Niet bepaald hardcore Grauzone is de Washington DC band DES DEMONAS. Met op zang een geboren Keniaan die oogt als een gentle giant, en met een conventionele rocksound inclusief ouderwets orgel en tanboerijn lijkt het wel of daar op het podium Reigning Sound staat te spelen met Mick Collins op zang! En zo klinken ze ook enigszins, meer up-tempo dan Reigning Sound weliswaar maar precies even gloedvol. Mooie verrassing dit, want persoonlijk had ik alleen vaag eens van ze gehoord. Twee albums van Des Demonas verschenen eerder op In The Red. Op de merch-tafel liggen zelfs twee 7 inches van hen te pronken. Lang niet gezien die dingen!

Des Demonas

Tenslotte ook nog dank aan THE NONE (goeie frisse felle UK-band, met ex-Cassels en ex-Bloc Party leden) WARMDUSCHER (op het snijvlak van melig en geniaal), FELLATIO (Rotterdams nieuwe trots, nu weer als trio ) en THE SERFS (helaas in een bedompte kelder spelend). Want ook deze vier bands gaven puike optredens weg. Maar ja, de lezer begrijpt wel, een mens kan niet over alles een geïnspireerd en boeiend verhaaltje krabbelen hè?

Fellatio in het Paard-cafe

Okselfris bandje: The None (foto: Grauzone)

Comments

comments