En dan volgt hierrrrrr…. De kijktip van de week! Sinds gisteren is-tie binnen ieders bereik gekomen: de documentaire over DEVO. De semi-legendarische Amerikaanse art-pop band zag het vorig jaar al in première gaan op het Sundance Festival. Maar na een periode van radiostilte en onderhandelingen heeft Netflix nu de rechten ervan veilig gesteld en kan de rest van de wereld ook meegenieten. De titel ervan? Simpelweg DEVO.
Om maar meteen mijn onverbiddelijke mening te geven: DEVO is een zeer onderhoudende, grappige, leerzame, interessante, verrassende, tot nadenken stemmende, integere docu geworden. Okay, aan de ene kant vertoont het dezelfde manco’s als vrijwel elke andere rock-doc. De voorspelbaarheid qua vorm (dwz snelle montage van pratende hoofden, stukjes clip, interviewfragmenten, live-opnames, stukjes animatie, etc) is kennelijk onuitroeibaar. Maar anderzijds worden we nu eens verwend met een band die echt wat zinnigs te vertellen heeft èn wat heeft meegemaakt.
Openhartig worden we meegenomen in hun avonturen en drijfveren, alsook in de vele struggles waar DEVO zoal mee te dealen had. Daarbij focust de docu zich wijselijk op hun onstuimige beginperiode die liep van 1973 tot circa 1985. Over latere reünie- en comebacktours, zoals bijvoorbeeld die ene in het komende najaar samen met de B-52’s, wordt gelukkig met geen woord gerept. Hoe dan ook, we kunnen wel stellen dat regisseur Chris Smith – bekend van de Wham!-docu en als producent van Tiger King- opnieuw iets waardevols heeft afgeleverd.
Een van de vele curieuze aspecten van DEVO was hun familie-georiënteerde bezetting: in hun beginstadium bestond deze uit twee keer twee broers: Gerald en Bob Casale en Mark en Bob Mothersbaugh, waarbij een derde broer (Jim Mothersbaugh) ook nog een tijdje meedrumde. Ook hun uitvalsbasis was bijzonder: het niksige industriestadje Akron in Ohio, destijds bekend staand als The Rubber City omdat er voornamelijk autobanden werden geproduceerd. Voor de band werkte het als een ‘splendid isolation.’ Dusdanig veel opzien baarde DEVO dat het Engelse Stiff-label destijds een verzamelplaat uitbracht met enkel en alleen andere bands uit Akron!
Net als The Residents was DEVO meer te beschouwen als een conceptueel idee dan als een klassieke rockband. Dat concept behelsde een arty aanpak en muziek die gekenmerkt werd door elektronische vernuft, motorik-beats, hoekige gitaarpartijen en minimale teksten waarin zoiets futiels als emoties geen rol speelde. Hun uiterlijk pasten ze erop aan: de bandleden kleedden zich identiek, met lasbril-achtige zonnebrilletjes en felkleurige werkpakken en dito hoofddeksels, alsof ze werkzaam waren in een chemische fabriek. Kolderieke, robot-achtige Lego-poppetjesbewegingen deden de rest. Het woord ‘Kraftwerk’ valt in de docu geen enkele maal, maar er zijn zeker ook overeenkomsten met de Düsseldorpers aan te wijzen. Ook bijzonder: een van de eerste releases van DEVO betrof een 45 met daarop een eigenzinnige, minimalistische bewerking van ‘Satisfaction’ van de Stones, iets wat The Residents een jaar daarvoor ook zo hadden gedaan!
Laten we nou niet de denkfout maken dat DEVO zomaar spontaan ontstond. Neen, er ging een hele duidelijke gebeurtenis aan vooraf. Hèt scharniermoment in het bestaan van DEVO was de schietpartij op de Kent University van Ohio in 1970. Enkele DEVO-leden studeerden daar toen het plaatsvond. Ze zaten er als het ware bovenop toen de Ohio National Guard het vuur opende op een groep studenten die op de campus tegen de Amerikaanse deelname aan de Vietnam oorlog protesteerde. Het trieste resultaat: vier doden en negen gewonden. Destijds spraken Crosby, Stills, Nash & Young zich er al over uit in hun song ‘Ohio.’ De DEVO-jongens waren voor zoiets politieks nog te jong. Het waren gewoon nog langharige slungels die zich niet al te sappel maakten, een soort hippies dus eigenlijk.
Maar de kiem was gelegd, de schietpartij deed hen de schellen van de ogen vallen. Met Vietman elke dag op TV, met een ultra-passieve, hamburgervretende bevolking en een overheid die met lomp repressief geweld op meende te treden raakten ze ervan doordrongen dat de mensheid eerder achteruit dan vooruit holde. Ja het leek verdomme wel of de mens weer aap aan het worden was! Een heuse de-evolutie was gaande als het ware, vandaar de bandnaam. Een activistische houding was waar de tijdgeest om vroeg, vonden ze. Tegelijkertijd was het de kunst om ongrijpbaar te zijn. In dadaïsme en surrealisme zochten ze hun toevlucht. Met wapens als satire en droogkloothumor gingen ze de wereld te lijf.

In Nederland heeft DEVO in de loop der jaren bar weinig opgetreden. Mede daarom zijn ze bij ons nooit echt een grote naam geweest. Maar in Amerika ligt het anders. Daar zijn het al jaren alt-vedettes, Hun clips deden het destijds erg goed op MTV en hun monsterhit Whip It uit 1980 kent iedere yank uit zijn hoofd. En wie kent hun debuut Mongoloid /Jocko Homo niet?
Aanvullend op de docu (en tevens in het kader van hun 50-jarig bestaan) is DEVO thans zelf bezig om een serie DEVO-filmpjes stapgsgewijs – bijna om de week- op hun eigen DEVOvision YouTube-kanaal te uploaden. Het gaat hier om grotendeels bekend clip-werk, maar dan alles technisch opgetild naar een vlekkeloos high definition nivo, zowel qua audio als qua beeld. Het eerste filmpje (The Truth About De-Evolution) is meteen goud. Dit betreft een 10-minuten kortfilm uit hun prille begintijd, waarbij we weirde visuals en very early footage te zien krijgen van de songs Secret Agent Man en Jocko Homo. Om compleet te zijn gaat het om de volgende YouTube-filmpjes met de volgende verschijningsdata:
7 juli – The Truth About De-Evolution; 18 juli- (I Can’t get No) Satisfaction; 21 juli- Come Back Jonee; 1 aug- The Day My Baby Gave Me A Surprise; 4 aug- It Takes A Worried Man; 11 aug – Freedom Of Choice; 15 aug- Girl U Want; 18 aug – Whip It; 8 sept – Through Being Cool ; 12 sept– Love Without Anger; 15 sept – Beautiful World; 22 sept – Time Out For Run; 26 sept – That’s Good; 29 sept – Peek A Boo; 6 okt – R U Experienced?; 17 okt – Disco Dancer; 20 okt – Post-Post Modern Man; 7 nov – Fresh; 10 nov – What We Do.
Overigens, het olijke plastic hoedje dat al decennialang de hoofden van de DEVO-leden tooit is niet zomaar een olijk plastic hoedje, mocht je dat misschien denken. Nee, de band is er bloedserieus over en noemt ze zelf steevast ‘energy domes, ’ Deze zijn gebaseerd op Azteekse tempels en moeten kosmische straling buiten de deur houden. Niet gek dus dat het knalrooie ding tot op de dag van vandaag te koop ligt in de webshop van DEVO, voor slechts 60 dollar mag je je eigenaar ervan noemen. Tot slot nog een weetje: toen in 2014 oerbandlid Bob Casale kwam te overlijden, waarin werd toen zijn gecremeerde as opgeborgen? Antwoord: juist, in zo’n energy dome natuurlijk!

