Door Hester Aalberts
Do The Hansa is vandaag opnieuw verschenen op een EP van The Cure met meerdere geremasterde tracks. Het nummer werd opgenomen in 1979 en verscheen later als B-kant op de 12-inch-heruitgave van Boys Don’t Cry uit 1986.

Het nummer klinkt spottend en bijna kinderlijk baldadig, maar de galgenhumor heeft een giftige kern. De titel verwijst naar Hansa Records, het Duitse hitparadegerichte label (destijds met name bekend van Boney M) dat The Cure eind jaren zeventig heel kort onder contract had. Die samenwerking begon met een auditie in Londen, in de Morgan Studios, waar de band op uitnodiging van Hansa enkele eigen nummers speelde. Er werd gefilmd, maar niet opgenomen, wat bij de band al voor verwarring zorgde.
Tot hun verbazing volgde kort daarna een contract. Al snel bleek dat Hansa andere ideeën had over de richting van de band. The Cure kreeg covers toegestuurd om op te nemen en werkte met een door het label gekozen producer, terwijl het eigen materiaal nauwelijks aandacht kreeg. Toen de band onder meer Killing An Arab opnam, weigerde Hansa dat nummer uit te brengen. De spanningen liepen op en uiteindelijk werd de samenwerking beëindigd, waarbij The Cure aandrong op teruggave van de rechten op de eigen songs.
In zijn memoires Cured beschrijft voormalig drummer Lol Tolhurst deze periode als een vroege confrontatie met de muziekindustrie. De band was jong en onervaren, maar voelde al scherp aan hoe essentieel artistieke controle en zelfstandigheid waren. De breuk met Hansa verscherpte dat besef. Over Do The Hansa zegt hij dat Hansa “didn’t really know how to handle us as a band. Do The Hansa is our rather tongue in cheek ‘ode’ to them. “
Kort na het afscheid van Hansa nam The Cure in volledige vrijheid hun debuutalbum Three Imaginary Boys op. Do The Hansa bleef jarenlang op de plank liggen en fungeert achteraf als een wrange herinnering aan een mislukte samenwerking die blijvend richting gaf aan de autonome koers van de band.
De aan het label gelieerde opnamestudio Hansa Tonstudio bestaat nog steeds en is gevestigd aan de Köthener Straße 38 in Berlijn. David Bowie, Brian Eno en U2 waren er ooit kind aan huis maar dat is weer een heel ander verhaal.

