Welkom bij de kerk van John Maus

Je zal het met me eens zijn dat John Maus een van de meest ongrijpbare artiesten is van dit millennium. Vanaf zijn eerste stapjes in de spotlight met zijn maatje Ariel Pink, zo’n jaartje of twintig geleden steekt John zijn ideeën over muziek, kunst, politiek en de wereld niet onder stoelen of banken. Omdat daarbij het in sneltreinvaart namedroppen van menig muziek- en cultuurfilosoof niet van de lucht is, staat de gepromoveerde politicoloog John bekend als de thinking man’s musician (probeer de omgevallen boekenkast maar eens te volgens in deze podcast). Die hooggeleerdheid maakt Johns muziek overigens allerminst gecompliceerd. Integendeel: op het eerste gehoor liggen zijn nummers makkelijk in het gehoor. Het is een soort gothic italo met galmende grafzang. Maar je vermoedt altijd dat er meer aan de hand is, dat er diepere lagen zijn dan je op het eerste gezicht ziet. Deze week liet het enigmatische fenomeen Maus zich twee avonden bestuderen in Nederland. Uiteraard gingen wij een kijkje nemen en waren we benieuwd of we tot wat diepere lagen konden doordringen.

Maus toert in Europa ter ere van zijn nieuwe plaat Later Than You Think die eind september verscheen. Op die plaat lijkt hij wat relaxter dan op voorganger Screen Memories uit 2017. Er is dan ook nogal wat gebeurd in de tussentijd. Johns broertje Joseph, tevens bassist in zijn toerband, overleed plotseling in 2017, er was Covid, er was gedoe rondom de bestorming van het Capitool in 2021, er waren huwelijksproblemen (John is getrouwd met de Hongaars-Amerikaase schilderes Kika Karadi), er waren drugs en er was loutering. John vond namelijk steun in moeilijke tijden in de armen van de Rooms-katholieke kerk. Die geestelijke rust maakt de nieuwe plaat wat lichter dan de vorige, hoewel de begrippen “licht” en John Maus zich moeilijk laten combineren. Maar waar Maus op zijn vorige plaat nog zong over agrarische machines die ons vermorzelen en over de sterfelijkheid van geliefde huisdieren, klinkt er op de nieuwe plaat Gregoriaans gezang, krijg je tips voor het opnieuw vormgeven van je leven en gaat een compleet nummer over Johns afkeer van Satan.

De video bij de laatste single vat een show van Maus goed samen

Live doet John het nu weer zonder begeleidingsband. Hij staat helemaal alleen op het podium, vergezeld van slechts zijn MacBook, een galmapparaat en een stuk of zes flesjes water. De afwezigheid van de band heeft te maken met het overlijden van zijn broer, maar is ook een bewust keuze van John. Zowel met zijn muziek, als met zijn teksten als met zijn performance wil hij iets teweeg brengen bij zijn publiek. En in de ogen van John is een man alleen op een podium meer vervreemdend dan een man met een band, dat toch al een jaar of zestig de gangbare verschijningsvorm van popmuziek is.  Wat John precies bij je teweeg brengt maakt hem niet zoveel uit. Je mag dat zelf weten. Als het maar leidt tot verandering. Want de status quo, daar heeft John Maus een broertje dood aan.

Maus in Tilburg met laptop, water en galmbak

Dat uitlokken van een reactie door zijn gedrag op het podium is wat minder confronterend geworden dan die eerste keer dat we hem in 2011 tijdens Le Guess Who? op het podium van de Ekko in Utrecht zagen. Maus zweepte het publiek toen op door af en toe hard te schreeuwen en – het meest effectief – zichzelf keihard voor zijn hoofd te slaan. Dat hoofdmeppen is een stuk minder geworden, maar zowel in 013 als in Paradiso had de show van Maus veel weg van een uurtje publiek bootcampen. Dat de man na een halfuur kletsnat en druipend op het podium staat zal je niet verrassen. Het bracht ons wel op de vraag hoeveel spijkerbroeken en kantooroverhemden (al jarenlang zijn uniform) Maus bij zich heeft op een toer. De kleding zal toch na iedere show even in de was moeten. En vaak wacht er de volgende dag alweer een nieuw publiek, die je toch met droge kleding tegemoet wil treden. Helaas is de garderobe van Maus voor ons een even groot mysterie als de man zelf.

De vele squats, lunges en andere fitnessoefeningen die Maus op het podium doet zijn zijn manier om te laten zien dat hij alles geeft. Zelf zegt hij daarover dat hij liever zou kunnen dansen of, zoals Elvis, karate, maar dat dit dus zijn manier is om te laten zien dat hij maximaal aanstaat. Dat hij ook weer snel uit kan, zagen we in Paradiso na afloop van zijn set. Tien minuten nadat hij als een wildeman van het podium was gestoven, stiefelde Maus in zijn winterjas uit de coulissen, over het podium, trapje af de zaal in, om geheel onopvallend te verdwijnen in het publiek en daarna in de nacht.

Hoe onnavolgbaar en vervreemdend Maus op het podium ook mag zijn, je komt er niet mee weg als je niet ook enorm goede nummers hebt. En die heeft Maus dus. Tijdens zijn shows speelt hij in een uur tijd tijd alleen maar bangers. Dat die nummers afkomstig zijn van vrijwel al zijn albums benadrukt hoe consistent de kwaliteit van de nummers en van zijn oeuvre is. En of het nu Time To Die uit 2006 is of Because We Built It uit 2025, het publiek zingt alles mee als uit één mond.  Zeker in de kerk die Paradiso letterlijk is had de show van Maus daardoor iets van een dienst voor een zeer toegewijde parochie. Dat Maus zijn set afsluit met het zeer Rooms-Katholieke Adorabo, gevolgd door zijn persoonlijke getuigenis Believer versterkt dat beeld. En hoewel wij in twee dagen tijd twee keer vrijwel dezelfde show zagen, met twee keer vrijwel dezelfde choreografie, blijft de religieuze ervaring die een show van Maus toch ook is altijd naar meer smaken. Welkom bij de kerk van John Maus.

Comments

comments