Behoorlijk vroeg zijn we op deze vrijdag komen aanwaaien want om klokslag 19.00 uur staat er iets bijzonders te gebeuren: het enige Nederlandse optreden en tevens het NL-podiumdebuut van TRACEY NELSON. Deze Tracey (echte naam: Austin Noll) is ingevlogen om slechts zes bescheiden Europese niche-optredens te doen. Rechtstreeks uit de scene rond de thans veel bejubelde MJ Lenderman is hij afkomstig en deze laatste co-produceerde ook zijn debuutalbum ‘Hercules’. Deze plaat is net uit (op K Records) en ook enkele andere leden van Lenderman’s veel bejubelde band Wednesday spelen erop mee.
Het weinige wakkere volk dat op dit tijdstip is komen opdagen wordt getrakteerd op een smaakvolle en rustieke, licht melancholieke portie slacker countrysoul, of blue eyed soul zo je wil. Wel een mondharmonica en wel een Neil Young T-shirtje, maar nee, dit is toch echt geen cowboyhoedencountry. Het bijzondere is dat dit gezelschap uit New York afkomstig is en met die zonnebrillen op hun kanissen hangt er een Lou Reed-achtige coolheid omheen. Naarmate het optreden vordert begint Nelson’s zangstem wat gewoontjes aan te doen en begint de sloom ogende gitarist links van hem steeds meer de aandacht naar zich toe te trekken. Met prachtige gloedvolle gitaarwatervalletjes die hij steevast langs zijn wahwah-pedaal laat voeren. De voor het genre zo kenmerkende pedal steel blijft geheel afwezig, cool! Direct na afloop staat Nelson zelf zijn plaat bij de merch-table te verkopen. De hoes van de plaat is dusdanig afzichtelijk dat ik toch maar van aanschaf afzie. Maar wel een aardige gozert. Zijn zonnebril heeft hij afgezet, en zo van dichtbij wordt pas goed duidelijk wat een snotneus hij eigenlijk nog is.


Dat Rotterdam de laatste paar jaar dè hofleverancier van geloofwaardige alt-rock en daarmee Rock City Number One is, daar twijfelt geen zinnig mens meer aan. De band FELLATIO komt hier ook vandaan. Hen heb ik de afgelopen circa 1,5 jaar nou al vier keer gezien en de vraag is nu of en hoe ze zich verder ontwikkelen. Welnu, steeds duidelijker wordt dat ze in een live-setiing afscheid hebben genomen van allerlei toeters en bellen, ook in de letterlijke zin des woords. Tegelijkertijd zijn ze zich steeds meer gaan toeleggen op een gestripte doch pakkende versie van up-tempo death disco-rock, waarbij het moeilijk stilstaan is en waarbij de bassist en twee staande drummers/percussionisten zo’n beetje de enige muzikanten zijn. Hun nummers kennen steevast van die catchy en meezingbare chants (zoals ‘television!’), waarbij de zanger (type Nederlandse Lias Saoudi) zijn imposante kippenborst telkenmale hanig vooruit steekt en daarbij uitdagend het publiek in loert, op zoek naar gewillige prooien zo lijkt het wel. Ik zeg: dit schreeuwt om een debuutalbum. Als ze daarvoor een producer van naam weten te strikken dan kan dit nog heel wat worden!

Een grote verrassing, en ja hoor ook uit Rotjedam, is BOMBSTRAP. Voor mij een totaal onbekende naam, maar dat is nou juist wat Valkhof zo leuk maakt. Deze vier gasten hebben een gaaf achterbuurtsfeertje aan hun kont hangen. Je vraagt je permanent af, uit welk godvergeten getto komen deze lui in godsnaam opgedoken? Uit de buitenwijken van Spijkenisse soms, lokaal beter bekend als Spike City? Ze zijn in elk geval duidelijk van het fanatiek ongewassen lange haar, van Motorhead, van speed metal en god mag weten van wat nog meer. Ster van de show is de uiterst energieke zangeres die werkelijk alles uit de kast haalt om het volk duidelijk te maken dat Bombstrap here to stay is. Deze elektrisch geladen onheilsgodin (naam onbekend) heeft heur haar tot slechts enkele dreads samengebonden en is angstaanjagend opgemaakt als The Joker from hell. Haar handen heeft ze gestoken in een paar gifgroene, plastic handschoenen, briljant! Zijn ze binnenkort nog te zien ergens, vroeg ik me af. Antwoord: yes, bij Duister Collectief in dB’s op 22 augustus!


Ook de nodige indruk maken drie Fransozen die onder de naam SERVO opereren. In Nederland zijn het geen onbekenden begrijp ik, want op menig festival waar ik me nooit vertoon (Best Kept Secret enzo) hebben ze al eerder gestaan. Hoe dan ook, het is lenige, verrassend originele, veelal instrumentale heavy noise-psych dat overrompelend en met veel overtuiging uit de boxen knalt en waarbij een hoofdrol is weggelegd voor het uitmuntende ‘zaalgeluid.’ Het onbedoeld ontwapenende en eindeloos charmante Engels tussen de nummers door doet de rest.

Een schitterende hi-resolution panorama 3D foto van Servo
Een forse domper blijkt VIOLENT MAGIC ORCHESTRA uit Osaka, Japan. Kennelijk maakten deze Nippon-druiloren voorheen al eens indruk bij Le Guess Who, maar in een feestelijke en zomerse parkomgeving zijn ze slecht op hun plek. Hun abstract aandoende gothic soundscapes (aangeprezen als een combinatie van ‘extreme metal met industriële electronica,’ of als ‘extreme black metal gabber’ dat moet leiden tot een ‘absolutely new and overwhelming experience’) worden meteen vanaf de aftrap door een stalinorgel aan stroboscopen begeleid, waarbij een vijftal vage, in zwart gehulde figuren aan het zicht wordt onttrokken door veel tegenlicht en een opgefokte rookmachine. De ergernis over deze theatrale, pretentieuze en uiteindelijk extreem holle imponeerellende is zo groot dat we – en dat doe ik bijna nooit hè – al na het derde nummer besluiten op te stappen. Graag tot volgend jaar maar weer!

Ajuus!
