Amy Winehouse als onafwendbare tragedie


door Hester Aalberts

Amy Winehouse stierf jong genoeg om onsterfelijk te worden. Na jarenlange mythologisering met boeken, documentaires en biopics verschijnt haar leven nu – exact vijftien jaar na haar dood – als graphic novel. Het is de nieuwste toevoeging aan de inmiddels eindeloze stoet verstripte rockheiligen. En dat was onvermijdelijk. Haar leven had de perfecte structuur van een tragedie: Camden, tabloids, kapotte liefdes, ingestorte optredens, zelfdestructie en die gigantische stem in dat fragiele lichaam. Zelfs visueel leek Winehouse rechtstreeks uit een film noir te zijn weggelopen.

De makers begrijpen goed dat Amy Winehouse meer is dan alleen een artiest. Ze hoort thuis in het cultureel rariteitenkabinet waarin ook de overige leden van de ‘Club van 27’ worden bewaard: talenten die jong stierven en daardoor voorgoed in dezelfde romantische mist blijven hangen. Deze beeldvertelling weet dat maar al te goed. Soms misschien iets té goed.

De strip is leven ingeblazen door verschillende tekenaars. Zolang Amy nog geen icoon maar een dwarse Londense puber is die spijbelt, joints rookt en rapgroepjes begint beweegt alles meer: de lijnen ogen losser, Londen leeft en Winehouse stuitert alle kanten op. Later verstijft het boek geregeld, alsof personages zo snel mogelijk van het ene biografische ijkpunt naar het volgende moeten worden geduwd.

De strip profiteert maximaal van het feit dat Winehouse zo’n fascinerende figuur was. Met haar dikke eyeliner, enorme beehive-kapsel en priemende blik lijkt ze sprekend op een ontspoorde versie van Ronette Ronnie Spector. Alsof sixties-girlgroups, Camden-pubs en paparazziflitsen in één persoon zijn gecrasht.

Halverwege begint de beeldroman zichzelf een beetje te verraden. Hoe beroemder Amy wordt, hoe kleiner ze in de strip begint te ogen. Het is alsof haar lichaam en persoonlijkheid langzaam door tabloids, managers, geliefden en camera’s worden opgegeten. De vroege hoofdstukken ademen nog bravoure. Later kijkt vrijwel iedereen vooral naar haar alsof de afloop op haar voorhoofd staat geschreven.

Interessant is hoe het boek haar vroege beschadigingen behandelt. De scheiding van haar ouders, depressie, boulimie, zelfverminking en obsessieve verliefdheden schuiven langzaam richting de latere implosie. Dat werkt sterk omdat de jonge Amy voortdurend te groot lijkt voor haar omgeving: te luidruchtig, te nieuwsgierig en vooral te rusteloos. De passages over haar liefde voor jazz en haar encyclopedische muziekkennis behoren tot de sterkere delen van de stripvertelling. Daardoor ontstaat een artiest van vlees en bloed, niet alleen een toekomstige krantenkop.

De beeldroman behandelt Amy soms minder als mens dan als plaats delict. Bijna ieder glas alcohol, iedere woedeaanval of impulsieve beslissing voelt alsof de makers alvast met gestrekte arm richting het einde wijzen. Alsof Amy Winehouse al vanaf haar twaalfde onderweg moest zijn naar haar eigen legende.

Toch vervalt het boek zelden in goedkope sensatiezucht. Daarvoor krijgt Amy te veel humor, brutaliteit en muzikaal instinct mee. Deze versie van Winehouse lacht, scheldt, provoceert, adoreert TLC én Billie Holiday en wil vooral zingen. Wat overblijft is een stripvertelling die soms iets te verliefd is op de tragedie rond Amy Winehouse, maar tegelijk oprecht probeert te begrijpen waarom juist zij zo’n blijvend cultureel spookbeeld werd.

Comments

comments