Op de tonen van Ghost Rider van Suicide stappen stipt om 20.30 uur Elvis Costello and The Imposters het podium op van de nèt niet helemaal uitverkochte Grote Zaal van TiVre. Bezoekers mogen wat verwachten, per persoon hebben ze tenslotte 86 euro gelapt. Ze zijn afgekomen op een nostalgisch getint avondje waarbij het vroege werk van de grootmeester centraal staat.

Costello lijkt het uit de grond van zijn hart te menen, ja is zelfs een beetje geëmotioneerd, zo tegen het eind van dit optreden. “Jullie hebben me erdoorheen gesleept, dank je zoveel!” Al meteen bij aanvang had hij ons namelijk meegedeeld last te hebben van bronchitis. Maar een show zomaar afzeggen om medische redenen, dat stuit een doorgewinterde showman als hij tegen de borst. En dus gooit de 71-jarige zich met zijn hele hebben en houen in de strijd, geholpen door een bijzettafeltje achter hem, waarop we mokken met theezakjes erin ontwaren, alsmede een doos papieren zakdoekjes en God mag weten wat nog meer voor opbeurend spul.
Ja hoor, deze man gaat nog in het harnas sterven ben je geneigd te denken als je hem zo bezig ziet. Halfziek zijn, en dan toch van half negen tot kwart voor elf (!) alles eruit persen wat erin zit, en dat op die leeftijd. Zijn begeleidingsband is uit hetzelfde hout gesneden. Van de drie mannen die hem al op zijn tweede album This Year’s Model (uit 1978) begeleidden zijn de twee kraste knarren nog altijd present: drummer Pete Thomas en toetsenist Steve Nieve. Al een halve eeuw samen op pad. Je gunt deze jongens tzt gewoon een familiegraf.

Toevallig kwam ik van de week per ongeluk al struikelend in een Leo Blokhuis podcast terecht, waarin ook hij stilstaat bij Costello’s beginjaren. Grappig is dat Blokhuis de naam van Steve Nieve fonetisch /op zijn Nederlands uitspreekt, ‘Stiev Niev’ dus. De popprofessor kent waarschijnlijk niet de mooie anekdote erachter. De toetsenist (echte naam Steve Nason) was namelijk nogal een onnozel groentje in de wilde punky beginjaren. Dusdanig groen was hij dat hij zich op een onbewaakt ogenblik eens hardop in een kleedkamer hardop afvroeg “What is a groupie?“’ Stiff-labelgenoot Ian Dury bestierf het van het lachen en noemde hem sindsdien consequent Steve Naive. Costello nam het over en verbasterde het tot Steve Nieve.
Afijn. Speciale gast tijdens deze tournee is de Amerikaans gitatrist Charlie Sexton. Niet de minste want deze man uit Austin, Texas werkte eerder al met Bob Dylan en Lucinda Williams, om maar eens wat te noemen. Met zijn zachtmoedige, licht melancholieke manier van spelen legt hij onmiskenbaar een Amerikaanse feel bovenop de bozige, zakelijke, minimale, ja Europese stijl zoals dat Costello’s beginjaren typeerde. Minstens zo belangrijk zijn Sexton’s achtergrondzangkunsten. Gezamenlijk met de bassist (Davey Faragher, ook een Amerikaan) is niets hen te dol, en krijgen ze het voor elkaar om soms zelfs als een tweemansgospelkoortje te klinken. Bijzonder fraai!

Boven: Steve Nieve. Onder: Davey Faragher en Charlie Sexton

Vrij makkelijk scoren is het natuurlijk met bekende hitjes als Accidents Will Happen en Oliver’s Army. De laatste zoals bekend door Abba geïnspireerd en gelardeerd met fameuze Benny Andersson-pianoriedels, prachtig uitgevoerd door Steve Nieve. Oliver’s Army is tevens berucht vanwege het n-woord dat erin voorkomt, een klip die in TiVre door Costello handig wordt omzeild, we horen hem nu ‘gravedigger’ zingen.
Helaas gaat hij juist met de golden oldies de mist in. Bijvoorbeeld het enorm gedurfde, emotioneel beladen en geweldig minimalistische I Want You uit 1986 krijgt nu een wat pompeuze rockuitvoering mee, inclusief gillende gitaar. De stamper Pump It Up klinkt ongeïnspireerd en ontbeert nu alle Motown-swing. Tegen het eind van het optreden gaat I Don’t Wanna Go To Chelsea lekker van start, maar wordt nodeloos uitgerekt, ook om de bandleden voor de zoveelste keer voor te stellen. Op zulke momenten vergaat het Costello net zoals Morrissey onlangs in De Doelen: goeie performer, goeie inborst, geweldig repertoire om op terug te vallen, nog altijd prima bij stem maar kennelijk niet meer bij machte om muzikaal alles in goede banen te leiden. Te vaak ontspoort het in grensoverschrijdend muzikaal imponeergedrag, in smakeloos gezwollen rock, in het soort muziek dat vooral bedoeld lijkt om grote zalen vol kritiekloze discipelen mee te laten zingen en klappen.
Maar hey, uiteindelijk overheersen toch de mooie momenten! Met name die keren dat hij bijna per ongeluk uit zijn rol valt en even vergeten lijkt te zijn om de spontane en gevatte, losjes bewegende showman te moeten spelen. Op zulke momenten – tijdens de speciale ‘lounge set’ bijvoorbeeld- zit hij even gekromd als getergd achter zijn piano een croont er geweldige jazzy tunes uit als Everyday I Write The Book. Of gaat hij in A Good Year For The Roses – geholpen door Sexton natuurlijk- op een heerlijk ingetogen countrytour. Op zulke momenten komen de aloude troeven bovendrijven die deze angry young man ooit tot zo’n geweldenaar maakten: zijn vinnige en gedisciplineerde gitaarspel, zijn verbitterde teksten, zijn afgebeten dictie en zijn vermogen om stiltes als veelbetekenende sleutelelementen in zijn composities in te bouwen.

Ik zeg: als Dick Advocaat de Kleine Generaal genoemd mag worden dan mag deze Elvis gerust de Little King heten, al is het alleen maar om zijn zinderend gezongen versies van Suspicious Minds en You Were Always On My Mind. Een daverende verrassing is verder nog het amper twee minuten durende Truth Drug dat hij plotseling uit zijn mouw schudt. Net als publiekslieveling annex meezinger (What’s So Funny About) Peace, Love & Understanding is Truth Drug een compositie van Nick Lowe. Destijds in 1976 verscheen het als b-kantje van een single op het Amsterdamse (!) Dynamite Records. Een hopeloos obscuur gebleven nummer op een vergeten platenlabel dat destjds eventjes vergelijkbaar was met Stiff. Want ook Dynamo/Dynamite bracht rootsy punk/pubrock-repertoire uit (Ducks Deluxe, Count Bishops, Bintangs, Snakes, Flyin’ Spiderz), of soms zelfs werk van dezelfde artiesten (Tyla Gang, Nick Lowe, Roogalator).

‘Zijn eerste drie singles flopten,’ hoor ik Blokhuis doodleuk verkondigen in zijn podcast. Nou nou, tut tut Leo, dat is wel heel cru gesteld. Stiff Records was een dwarsig mini-label dat er in die dwarsige tijden lol in had om artiesten op een dwarsige manier onder de aandacht te brengen. Less Than Zero, Alison, Radio Sweetheart en Mystery Dance (alle afkomstig van die eerste drie singles) waren stuk voor stuk unieke minimalistische staaltjes van Costello’s kunnen, ze werden indertijd enthousiast onthaald en wisten hun weg naar de liefhebber uitstekend te vinden. En nu, bijna een halve eeuw na dato, worden ze met trots en verve gespeeld. Tja, de Tros Top 40 haalde hij er niet mee…
PS1: nog te zien: 8 juli in Muziekgebouw Eindhoven
PS2: de dag erna komt het bericht dat Costello zijn optreden op Rock Werchter van 2 juli heeft moeten afzeggen vanwege ziekte
PS3: Hier een eerder artikeltje waarin we schreven over een geinige TV-commercial die een piepjonge Costello eens samen met zijn vader in elkaar flanste.

