Disclaimer: dit stuk bevat snobistisch taalgebruik en azijnzeikerige oordelen.
Zeer regelmatig krijg ik de vraag waarom ik op mijn 55ste nog steeds zoveel tijd besteed aan het luisteren naar allerlei nieuwe artiesten en bandjes die ieder jaar weer als paddenstoelen uit de grond schieten. Heb ik niets beters te doen? Er is toch al zoveel mooie muziek gemaakt? Inderdaad, als ik mijn playlists achter elkaar zou zetten heb ik voor meer dan 400.000 uur aan muziek om te beluisteren. Dat staat gelijk aan ongeveer vijftig jaar, dus tot mijn 105ste levensjaar zit ik wel snor. Toch zijn er velerlei redenen te bedenken waarom ik daar geen genoegen mee wil nemen. Één daarvan wil ik hier uitlichten en wel naar aanleiding van het concert dat ik gisteren bijwoonde van Patti Smith in de Grote Zaal van TivoliVredenburg. Ik verklaar mij graag nader.
Ondanks de flinke toegangsprijs -85 euro – was dit concert stijf uitverkocht. De hoge toegangsprijs was direct terug te zien aan het publiek: om mij heen kijkend kwam ik al snel tot de conclusie dat ik hier tot het jongere deel behoorde. Niet vreemd natuurlijk voor een concert van een artieste die inmiddels vijftig jaar geleden haar hoogtepunt kende met de albums Horses, Radio Ethiopia, Easter en Wave. Nu is het altijd zwak om een artiest te beoordelen op het publiek dat er op afkomt, zeker als dat ook nog eens gepaard gaat met leeftijdsdiscriminatie. Wel bekroop mij het gevoel dat veel van mijn medebezoekers bij nieuwe muziek waarschijnlijk aan Radiohead, Oasis of Air denken. Net toen ik de proef op de som wilde nemen kwam de inmiddels 79 jaar oude Patti Smith op. Een luid gejuich was haar deel toen zij ons met brede grijns en druk zwaaiend begroette. Haar ietwat fragiele figuur, lange grijze haren en vrolijke lach wekte bij mij de verwachting dat zij ieder moment pepermuntjes zou gaan uitdelen. In plaats daarvan zette zij Ghostdance in, gevolgd door Dancing Barefoot.
Ja, ik weet, de ouder wordende vrouw heeft het niet makkelijk, onderworpen als zij is aan de diep ingesleten vooroordelen in een eeuwenlang door mannen gedomineerde cultuur. Behalve aan leeftijdsdiscriminatie wil ik mij dan ook zeker niet aan de male gaze schuldig maken. Het andere uiterste zou zijn om net te doen of het goed was wat ze daar liet horen. En dat was het gewoon niet. Haar stem klonk eerlijk gezegd alsof Mariannes Faithfull na haar overlijden haar stembanden aan Patti Smith had afgestaan. De hogere regionen nam de bassist dan ook voor zijn rekening. Oei, denk je dan. Het kaalgeplukte publiek zal wel boos zijn. Niets van dat alles echter: het gejuich na afloop deed denken aan de vreugde-orkanen die in het Azteken-Stadion opzwellen als Mexico heeft gescoord.
Het moet gezegd: na dit erg stroeve begin werd het concert wel beter. Met dank aan haar gitaar spelende zoon en de tweede stem kwamen sommige nummers redelijk uit de verf, zoals Pissing in the River en Gloria. Bij deze nummers wist Patti gek genoeg wel de juiste toonhoogte te vinden en was er meteen een sprankje oude magie te zien. Een beetje zoals je bij Cristiano Ronaldo heel soms ook wel eens een aardige actie kan zien die nostalgisch maakt. Wel viel op dat ze een aantal van haar sterkste nummers niet speelde (zoals Free Money en Horses) maar wel met een tamelijk overbodige cover van The Crystal Ship van The Doors op de proppen kwam. Het deed vermoeden dat ze de overgeslagen nummers met haar stem niet meer aankan en dus maar gaat croonen á la Jim Morrison. Het gaf haar bovendien gelegenheid om herinneringen op te halen aan de dag dat ze in 1967 naar New York City verhuisde. Ja, ze is een dagje ouder, mag ze?
Als podiumpersoonlijkheid was ze op dreef, daarbij duidelijk profiterend van een enorme gunfactor bij het grijze publiek. Uiteraard deed ze ook de inmiddels verplichte figuren op het podium, in de vorm van gedeelde zorgen over milieu en oorlog en een uiting van solidariteit met Palestina. Allemaal prima, het mag, deze tijden laten niemand onberoerd. Maar zoals ik politici niet beoordeel op hun muzieksmaak, zo beoordeel ik artiesten ook niet op hun politieke voorkeuren. En dat oordeel is dat Patti Smith inmiddels te oud is om een goed concert te geven. Misschien dat ze een set op een festival van hooguit veertig minuten nog wel aankan, maar een anderhalf durend concert is gewoon te veel van het goede voor de bijna tachtigjarige. Ja mag ze? Zeker, maar als kritische consument mag ik daar dan ook wat van vinden in plaats van bewondering te uiten dat ze ‘dit allemaal nog kan’ in haar tachtigste levensjaar.
Wat heeft dit alles nu te maken met mijn drang om nieuwe muziek te blijven beluisteren? Een belangrijke reden is dat ik dan niet afhankelijk ben van dit soort concerten, waar er te veel van zijn. Er zijn te veel mensen die nooit meer iets nieuws beluisteren en alleen naar concerten gaan van artiesten die ze nog kennen. Enter: Patti Smith, Nick Cave, Elvis Costello, PiL, Sting, Suzanne Vega, Sisters of Mercy en al die andere bejaarden die onze concertpodia aandoen tegen belachelijk hoge prijzen. Wie nieuwe muziek blijft volgen, opent voor zichzelf een wereld van goedkopere concerten van artiesten die nog wel op hun hoogtepunt zijn (of daar naartoe groeien). Dat was de les van een avondje Patti Smith in Tivoli.
